De pest in hebben…

20090629-1246308970N2706kaeskop973

Als de dood…
van Pierlala bijvoorbeeld kwam deze als een dief in de nacht.
Dat heeft de één dan nooit geweten en zo die één nog iets op zijn geweten had, hebben de anderen dit niet geweten.
Want sla de dood op en sta versteld wat een doorsnee Nederlands woordenboek hierover aanreikt. Van een dode taal naar dood kapitaal, van een dode letter naar een dood punt, van een doodlopend spoor naar een doodlopende weg maar mogelijk naar een doodattest leidend.

Doodbidders liepen doodbedaard doodeenvoudig met een doodkist doodleuk en doodnuchter doodop
zonder enige vorm van doodsangst doodsbleek met een dode die doodviel, door de Hekelstraat.
Op zaterdag en zondag. En er werd weinig plaats gemaakt voor de dood. Ondanks het verzoek wat de hoofddoodbidder aan het gezamenlijke klootjesvolk deed. ‘Maak plaats voor den dood…’ maar doodgemoedereerd liep het volk van boeren, burgers en buitenlui doodleuk door. Nieuwsgierigheid dwong de mens een blik te werpen in die doodskistkist alwaar een jonge vent in doodskleed met ware doodsverachting zijn doodsstrijd reeds gestreden had.

Het viel niet mee om de werkelijkheid van de Middeleeuwen op een verantwoorde wijze neer te zetten,
maar mensen werkten zich bijkans dood om de ander met dit beeld te confronteren. En het blijft een vraag
welk een impact de beelden op de vijftigduizend bezoekers hebben gehad. Want het is dan erg aandoenlijk
om naar een optocht van ganzen te kijken, dan wel te genieten van een kinderspel, de builenpest, de alcohol,
de honger, het leven en de dood waren net zo goed metgezel als dat Regenten zich op een andersoortige wijze manifesteerden. Het zet de mens, in casu mij, weer ernstig aan het denken. Maar niet alleen dat.
Ook het samenspel en het deelgenoot zijn van zo’n happening laat zien dat, naast het gemak
waarmee allerlei mogelijkheden de mens ten dienste staan, er wel degelijk behoefte blijkt te zijn om niet alleen
in de ‘huid van een ander te kruipen’ maar ook een ander tijdperk te willen verbeelden.

20090629-1246308542N2806jeroen1168

Zoals Jeroen mij liet blijken. Gefascineerd is hij door de vergangenheid. De vergankelijkheid die hij,
in zijn Schots aandoende outfit, naar voren bracht. Spaart haar om zijn haar, naar die momenten,
los over zijn schouders te laten golven.
En probeert zijn verslaving aan het oog te onttrekken door een buideltje aan zijn riem.
Rookt nog steeds Javaanse Jongens. Maar draagt wel heel opvallend een armband. Met daarop de tijd.
Als symbool van die mogelijke vergankelijkheid!”
Ik liet het na dit hem te vragen…

Ik kies en koos voor nu de beelden die mij fascineerden.
Van de levenden die de dood van een gezicht voorzagen.
Alwaar de grime kon terugzien op een doodsbleek aangezicht.
Bang zijn voor de dood” Ach, wie niet”
GRAFSCHRIFT

Laat
tot besef
gekomen
berouw
komt
achteraf
inkeer
heeft
veel tijd
genomen

woorden
op een

graf.

Want Dela wist mijn rekeningnummer weer te vinden.
En bij mijn zus zag ik post van Yarden.
Maar ik eindig met die ganzen:

20090629-1246311756N2806ganzenpas1118

Hun pas deed de nauwe straten van het Fnidsen pas echt goed.
De muziek voor en de muziek achter lieten zij gelaten in hun pas aan anderen voorbijgaan.
Zodat deze terugblik, relatief, toch nog een waardig slot krijgt,
behalve dan het einde van een mensensprookje: ‘…en ze leefden nog lang en…’