De Olieman.

‘De olieman heeft een Fordje opgedaan, daar rijdt hij mee als een vorst door de Jordaan, maar ‘s avonds om tien uren is het uit met de pret, want dan legt zijn vrouw de slinger onder het bed, tuf, tuf, tuf.’ Woorden van Jacques van Tol, vader van Tol Hanse en in de oorlog overtuigd aanhanger van het fascisme. Louis Davids, zanger en cabaretier van Joodse afkomst, maar de tekst werd in 1933 al geschreven en van muziek voorzien.

Dat neemt niet weg dat woorden uit die tijd er nog geregeld toe doen. Waarom dit bericht? Dat heeft weer te maken met die foto die Martin mij op de valreep alsnog heeft gezonden. Het gaat over een tractor en wel een Ford. Naast het feit dat Martin en Alie iets hebben met Ford, een Kuga ging de huidige Puma voor en het gegeven dat ik hem als een particulier chauffeur beschouw omdat ik nu niet meer zelf auto mag gaan rijden, is het bijkans vanzelfsprekend dat ik ook een soort van ‘Ode aan Martin’ breng. Omdat hij mij de afgelopen tijd van de nodige beelden heeft voorzien. Waar ik dan mijn grijze cellen op los kon laten. Een manier om mij toch nog steeds met de buitenwereld te bemoeien, een epos dat er absoluut niet toe doet en waar ik de meest onmogelijke koppelingen op heb losgelaten.

Een voorbeeld? Grieks/Romeins worstelen waarbij ik eeuwen aan elkaar heb weten te koppelen. En voor wat betreft het refrein: olie op het vuur en gasprijzen die exploderen.

Je hoeft slechts een krant open te slaan en…