Daglicht

Altijd weer verrassend wanneer je een verzoek ontvangt uit onverwachte hoek. Probeer je een keer een stuk proza te delen met anderen, komt niet veel later de mogelijkheid om je creativiteit nog eens aan te spreken. Hetgeen mij dan weer zodanig weet te prikkelen, dat ik wederom een poging waag. Was het allereerst een pracht werk van Pauline Bakker, waar ik mijn pennenvrucht op los mocht laten, is het dit keer een werk van een mij totaal onbekende dame. Waar zij de schaduwzijde van haar werk tentoon spreidt, maak ik daar de tegenhanger van. Daglicht, als inspiratiebron en het feit dat de schaduwzijde van de ander vaak veel te raden overlaat. En juist dat maakt het zo bijzonder. Niet dat ik mij voor wil laten staan daar enig licht over te laten schijnen, maar meer om mijn gedachten hieromtrent aan de loop te laten gaan. Waar ik een groot voorstander van ben, maar dat weer eens terzijde. Ieder mens gaat nu eenmaal schuil achter de muren die hij of zij zelf opwerpt. Om tot de kern van de ander door te kunnen dringen, vraagt nu eenmaal wat meer dan de veronderstelde empathie die wij allen in meer dan wel mindere mate met ons meevoeren. Gelijk het voorstellingsvermogen wat geregeld de werkelijkheid te buiten gaat. Zie vandaag in dat kader en ik zal tevreden zijn wanneer een ander op mijn verhaal gaat schieten. Al was het alleen maar omtrent het feit dat mijn idee en de daaraan gekoppelde woorden weer eens als onbegrijpelijk de boeken ingaat.


02.300dpi.Schaduwzijde.Monique.de.Leeuw

DAGLICHT

Als ik in het volle daglicht treed, valt er weinig te verhullen. Dan schuil ik achter pracht en praal en weet de ander te bekoren. Die stamelt dan van ‘ach’ en ‘ja’ en heeft waarempel geen idee wie schuil gaat achter dat masker. Want het besef dat ik een masker draag en dit pas kan laten vallen, wanneer de duister zich van de dag meester maakt, daar heeft de ander geen enkel idee van. Ik steel de show en niet meer dan dat en in het duister verdwijn ik… in mijn eigen donker gat. Dan maken angsten de dienst uit, dan laaf ik mij aan ziek en zeer, dan gaat mijn zelfvertrouwen neer. Dan huil ik met volle tranen en laat mij gaan. Ik geef me over aan mijn eigen tranendal en zal daar niemand mee belasten. Ik ga dan schuil en kruip weg in mijn eigen schaduw, die mij dit keer geen angst bezorgd. Mijn schaduw waarachter ik besta, waarachter ik ben en niet veel meer dan dat. Zeg niet dat ik mijn angsten koester, zeg niet dat ik in het volle licht herkenbaar ben. Ik ben en ik ben niet, ga gebukt onder ongekende krachten en weet ze uit te buiten. Wanneer ik in het volle daglicht sta, dan ben ik niet. Ik wacht het duister af en dan…