Dag maand, dag!

Er kan hooguit sprake van zijn dat het wat minder gaat slechteren, dan dat er sprake is van een minder beteren. Althans, dat stel ik mij voor de aankomende tijd voor. Nu is het, gezien de huidige omstandigheden, ook bepaald niet moeilijk voor te stellen, laat staan een oordeel te vellen omtrent de beleidslijnen die in dt grote geheel van Europa worden uitgestippeld, maar dan nog. Om deel uit te maken van een geheel en niet te vervallen in het geheel der delen, komt het mij voor dat niemand zit te wachten op een betoog mijnerzijds. Een betoog dat ik niet wens te onderbouwen, laat staan dat ik hierdoor applaus zou kunnen oogsten. Want op dat daverende applaus zit ik ook niet te wachten. Neen, waar ik precies op wacht, ik zou het eerlijk gezegd niet weten. Waarschijnlijk wacht ik nergens op en is dit inherent aan de verwachting die ik, bij deze, ook gaarne in het zakje doe. Wachten tot het later wordt, wachten op middernacht, wachten tot Pasen en Pinksteren in eenzelfde weekend zullen vallen, de zon ondergaat in de maan dan wel het omgekeerde, de aarde toch niet rond maar plat blijkt te zijn en het monster van Loch Ness in Harlingen tentoon wordt gesteld, nou zo zijn er wel wat meer zaken die ongetwijfeld de aandacht hadden kunnen trekken. Stemmingmakerij en aandachttrekkerij zijn nu eenmaal bijzondere omstandigheden. Of liever gezegd kunnen zorg dragen voor mogelijkheden. Juist in deze tijd. Waarop de waarschijnlijkheid omtrent het weer een belangrijke rol had kunnen spelen. Gelijk de weersomstandigheden veelal gepaard gaan met bijzonder verwachtingsvolle uitspraken. Gelijk met hart met een zekere verwachting klopt, mijn gesteldheid als zodanig een bijkans ondergeschikte rol speelt en mijn vervelling opspeelt. De schilfertjes door het huis heen dwarrelen, de stofzuiger overuren maakt, en het kleed van kleur verschiet.
Ik kan het nog! Slap zitten, dom voor me uitkijken en mijn gedachten de vrije loop laten. Een beetje over dit en dat praten met mezelf, een kwinkslag in mijn geest laten opborrelen, met woorden spelen en de draad daar laten waar deze het beste ligt. Het grauw van buiten aanschouwen en de kleuren laten voor wat deze zijn: wat rood, desnoods wat blauw en daardoorheen gelardeerd wat gele vegen. Desnoods wat smokkelen met groen, wat zwart en wit gemeleerd en de rest laten voor wat deze is: een kleur. Niet veel minder kan het zijn, hooguit kan het straks wat meer gaan worden.
De weeromstuit de gelegenheid geven de touwtjes in handen te nemen, deze maand achter mij te laten en mij te richten op straks, wanneer het augustus zal zijn. Op een andere manier mijn zinnen gaan verzetten, de kleuren weer van een klank te voorzien en de plaatjes te larderen met onovertroffen praatjes. Bij wijze van spreken dan. Want dat ik veel zinnig in deze zondoordrenkte zomer weet uit te kramen…
Dag dag, dag week, dag maand, dagggggggg!