Cupido en een uitvaart…

Het is vooRlopig nog geen ‘Va & Vient’, zolang de R nog in de maand zit. Dan heb ik het niet over het R(epRoductiegetal) gebRuik dat de oveRheid als leidRaad hanteeRt. De oveRheid die zich kenmeRkt dooR koeRsverandeRingen ogenschijnlijk als vaststaande feiten naar voren te bRengen. Nee, zo’n vaaRt zal het waaRschijnlijk niet gaan lopen en mocht dit wel het geval zijn, dan zal diezelfde OveRheid niet schRomen om met andere ingRijpende ingRepen alsnog de koeRs te gaan wijzigen. Waardoor het vooR mij mogelijk woRdt om mij volledig te gaan stoRten op het veRtaalde weRk van Georges BRassens, waar Jan Roobeek zich op heeft gestoRt! Een (heen) Gaan wel en een Komen wat minder.

Hetgeen mij brengt op de Uitvaart, waar eerder genoemde Jan woorden aan heeft gewijd. Geweide woorden als het ware, ware het niet dat van een zekere toewijding sprake is (geweest). Want hij schreef dit al een tijdje terug en wanneer Georges hem de inspiratie gaf om daar zijn eigen draai aan te kunnen gaan geven, (hetgeen hem wonderbaarlijk gelukt is!) kan ik niet veel meer doen dan zijn teksten voor een deel te gaan citeren. Hetgeen ik dan maar bij deze doe opdat zijn Reproductiegetal met mijn toevoeging minder dan die vermaledijde 1 blijft. Hooguit sprake is van een 0,0001 hetgeen niet garant staat dat er mogelijk enige besmetting zal gaan plaatsvinden… Het woord is aan JAN!

Dat wil zeggen, niet voordat ik op mijn manier een entree heb gemaakt. Een houtvester is hout aan het zagen. Een Duitser komt langs en vraagt in het Duits, wanneer de man tegen hem praat ‘Was sagen Sie?’ Waarop de houtvester antwoordt: ‘houtjes voor de kachel!’ Of die Nederlander die het volgende moet gaan vertalen in zijn Dutch Englisk (steenkolen Engels) ‘Be careful mother!” en dit vertaalt in ‘een kar vol modder.’ Wee degene die hier kwaad van denkt, vertaalt in het Engels als ‘Honi soit qui mal y pense’ en vergeefs een poging onderneemt om Ridder in de orde van de Kouseband te worden, hetgeen in een Surinaams gerecht onderdeel uitmaakt om te komen tot het fenomeen van Rijst met Kouseband. Met dank aan Max Woiski junior dan wel senior, daar wil ik van af zijn.

En dan volgt Jan: De uitvaarten van toen.
Voorheen werd je door de familie altijd verwend, / Als vriend ontvangen, vol liefde en reuze attent; / < Er is een dode in huis, dus vraag ik u beleefd, / De borrel staat voor u klaar, als dit u troost geeft…> /Maar nabestaanden zijn nu niet meer zo gul, / Ze houden de dooie voor zich, verder geen flauwekul, / ‘t Is triest, een begrafenis, in de kiem gesmoord, / Die je o zo vaak door de neus wordt geboord, / Die je o zo vaak door de neus wordt geboord.

// En het refrein luidt als volg: Maar waar zijn toch de uitvaarten van toen? / De karretjes, karretjes, karretjes, karretjes / Van onze ouders, / De lijkkoets dapper volgend uit fatsoen, / Met ‘t welvarende kadaver, kadaver, kadaver / Met de sterkste ouders… / Toen erfgenamen nog in goeden doen / Met aaskevers, kraaien en bidders en zelfs de paarden / Dronken en kaarten. / Wat was is geweest, / Ze gunnen zich geen poen, / Voor fraaie uit, uit, uit, uit uitvaarten, / ‘t Is over met het feest, / En ik ben wat uit mijn doen…

En daar zul je het vandaag helaas mee moeten gaan doen!