Citaten & waarheid.

Geloof mij! Als ik zo bij mezelf te rade ga, kom ik er geregeld uit. De vraag alleen waar ik dan uitkomt laat zich raden. Zo ben ik dus in staat niet alleen mijn eigen opgave te zijn maar ook de vragen die rijzen geheel naar mijn eigen genoegen wel dan niet te beantwoorden. Of te laten voor wat ze zijn!
Buitenbeentjes! Misfits! En dat alles in een flits.
Een draai, een pirouette die mij bijkans in een warreling weet te storten, de wereld laat vervagen tot in één langgerekte rimpel.
Dan ook kan ik me voorstellen dat JU wat meewarig een schouder ophaalt, even met een wenkbrauw fronst en overgaat tot JUW orde van de dag. Dat JU niet zit te wachten op mijn woorden die, erin en waarschijnlijk zomaar weer verdwijnen.
Want al eerder heb ik ergens deze woorden naar voren gebracht en getracht om daar wat overdenkingen aan toe te voegen. Toen nog in een ander kader.
Nu in het kader van mijn huidig zijn. En in de woorden die ik dit weekend ergens onderweg ben tegengekomen.
Om een ‘statement’ neer te zetten…
Maar dat is wel een uitspraak die met een grote korrel zout gezien mag worden.
‘Singulas horas singulas vitasputa.’ ‘Leef elk uur alsof het je hele leven is.’
Dat staat! Dat statement! Een status ment een toren in Alkmaar.
De Waag torent boven het gepeupel uit. En houdt datzelfde gepeupel deze kreet voor.
Alleen voor hen die dit willen zien. Die dit kunnen zien.
Maar juist voor de mensen die geen Latijn kunnen lezen, heb ik deze vrije vertaling meegenomen.
Omdat ook dit een waarheid is. In dat andere kader.
Bijvoorbeeld van een rimpel en botox geen uitkomst biedt.
In een waterplas. Waarin de laatste rest van een steen verdwijnt.
Gelijk de Titanic een laatste groet brengt aan deze wereld.
Met de boeg desnoods ten onder gaat.
En met dat een uitspraak van Wim Kan teloor gaat.
“Het is heel simpel: als ieder mens op de wereld een ander mens gelukkig maakt, dan zijn we allemaal gelukkig.”
Kees van Kooten kwam deze wijsheid tegen op zijn weg. Hij was twaalf.
En gaf toen dit commentaar: ‘… tenzij we een oneven aantal mensen hebben…’
En dat brengt mij dan terug in mijn werkelijkheid. De woorden onderweg waar ik heerlijk op kan gaan lopen kluiven. Kauwen. Strelend proeven op mijn tong. Vermengen met mijn speeksel.
En heel bewust het moment van het slikken uitstellen.
Mijn mond als een grot van Ali B. gaan vullen met een rijkdom aan smaak.
Het zoet en zout wat zich lengt met het zuur en een bittertje.
Mijn smaakpapillen zich wijd openen en een geur die zich richting neus begeeft.
De bovenkant van mijn neusholte prikkelt. En alles in het werk stelt om mij te gaan verleiden.
En ik weet niet veel meer te doen dan mij aan deze verleiding over te geven…
Noem dit zwakte. Noem dit kracht. Noem dit desnoods een rijke voedingsbodem waar mogelijk witte en zwarte truffels schuil gaan. En dan komt een bepaalde duistere kant naar voren. Naar boven desnoods. En Freud die om de hoek komt kijken. Een zekere Wim Paymans permitteerde zich de volgende grap indien hij de verleiding van een appel niet wist te weerstaan: ‘eet meer freut’, waarbij de letter verschil een discussie op gang kon brengen. Nu had deze Wim verstand van psychologie of beter gezegd: hij was afgestudeerd in de neuropsychologie en een volgeling van ene dokter Swilders.
Deze psychiater had regelmatig contact met zijn student Wim en door dit contact ontstond een zekere gestalte.
Men noemde dit toen ‘Gestalt’ en gaf aan deze tak van geestelijke sport op gezette tijden de voorkeur…
Ik waag me nu op het discutabele pad van de grap. Ben me dan ook bewust dat de datum van 1 april ‘zachtkens’ nadert. Want ook genoemde Freud waagde zich aan een uitleg. Omtrent het Ich, het “berIch en het Es.
Freud had het over zijn vergissing.
En bij zijn verscheiden sprak men over die Freudiaanse vergissing. Want Freud is de laatste die ik voor dit moment citeer.
Opdat JU niet denkt dat ik me bezig houd met citaten.
Wel met woorden en in zekere zin met de kleine lettertjes. Want wat Freud toen stelde, liegt er niet om.
‘Ware humor gedijt op een voedingsbodem van diepe ellende en afgrondelijke angst.’
En ik ken een deel van de waarde van deze uitspraak niet, maar poog wel deze uitspraak op zijn merites te doorgronden.
Galgenhumor en zwartgalligheid komen zeker in de buurt. De vraag hoe je in één woord een paling die onder de trein komt kunt omschrijven, doemt uit een ander verleden op: aalmoes. Of die juffrouw die bedient in een helikopter: wentelteefje.
Een orgel onder de trein: een expierement.
Het slaat ergens op. Het slaat nergens op. Op een ander moment zal ik het onderspit delven. En dan te bedenken dat er, wat mij betreft, niets te delven zal zijn. Neen, de Pijper zal de pijp uitgaan. Geen vangpijp. Mogelijk een schoorsteen.
20090329-1238359376N2503ssteen868
Die andere woorden omtrent een ‘verloren zijn.’
Ook die zal ik met JU gaan delen, alleen het moment laat zich op dit moment nog raden. Tenslotte is het volgende week weer de week van de psychiatrie.
En teken ik niet in voor de ‘breingeindag!’
Want in mijn achterhoofd weet ik…
WAARHEID
Moet hier verder
uit gaan blijken wat
de waarde is van
zijn, laat de woorden
die dan komen verder
reiken dan de schijn
die wij, met z’n allen
lotgevallen van elkaar,
steeds maar zoeken
steeds ver vloeken
waarheid klinkt
als vuig venijn.
De chaos rond de cirkel krom,
ooit komt berends botje weerom.
Wijsheid met JUW gekte deze week!