BROER nog maar een keer…

Laatste rustplaats van BROER.

Wie is BROER” BROER is een reiziger. Reiziger en standwerker. Een rijzige, reizende standwerker. Niemand kan vertellen waarom BROER BROER is. BROER is er, gewoon. Zo gewoon is BROER echter niet. BROER is iemand die reist, altijd de indruk wekt onderweg te zijn. Niet dat BROER verder komt dan van de tafel naar zijn stoel, van zijn stoel naar zijn bed, van zijn bed naar de tafel en af en toe, zich geen tijd gunnend, naar het toilet.

BROER reist van de ene in de andere sensatie. Soms ontdek je zijn sensaties door simpelweg naar zijn gezicht te kijken. Met zijn halfgeloken ogen neemt hij je mee op zijn ontdekkingstocht door de jungle, slingert aan lianen over poelen krokodillen die met opengesperde bek hun maal door het luchtruim zien suizen. Dan sta je op het marktplein van een uitheems dorp, alwaar door de mond van BROER velerlei exotische kreten door de, van urine zwangere lucht, worden gestoten.

Niemand die hier aandacht aan schenkt; BROER is BROER. Niet meer, zeker niet minder. BROER is er, gewoon. BROER kan zich dit dan ook permitteren. BROER is eigenlijk een gewoon BROERtje geworden. BROER kondigt zich op een dag aan en dat is dat. BROER kan moeilijk de school volgen, voelt zich gevangen en vlucht, gewoon, weg. Zijn leven is de natuur, dwalend door polderland zoekt hij de ruisende bossen, praat met dieren, ontwijkt de mens. Hij praat niet alleen met zijn dieren, voelt hun vrede, deelt de vrees voor het najaar, als zijn vrienden hem weer in de steek gaan laten.

BROER blijft BROER, als hij zwijgend in zijn hoekje zijn koud geworden pap tot zich neemt, stil zijn weg naar zolder zoekt en zijn ogen wijd open spert om naar de sterrenhemel te kijken.

BROER is altijd onderweg; zijn geest heeft alle stelsels al ontdekt, verkent, staat simpel stil bij het vermogen van een mier.

BROER leeft; BROER wordt niet geremd door alle barrieres die de mens voor zichzelf opwerpt, gepijnigd als zij worden door het steeds opnieuw keuzes maken.

BROER neemt de dingen voor wat ze zijn

BROER leeft en zal altijd leven.

Zijn laatste rustplaats is niet veel meer dan een, door anderen, aangegeven ademstilte:

ADEMSTILTE.

Ik was alleen

alleen omringd door zerken

zerken, verweerd, onleesbaar schrift

schrift, een naam, een datum, een wens

wensen varierend van dankbaarheid tot rust zacht

zacht het mos, verschralend in een schroeiende zon

zonlicht, harde stralen werpend tussen gebladerte

gebladerte, wat een houtduif aan mijn oog verborg

verborgen, geborgen op de plek, waar heel vaag

vaag jouw afdruk, mos plooit snel

snel de plaats tracerend, proevend

proef ik jouw geur

geurig samenzijn

zijn wij.

Duin & Bosch, begraafplaats, 24-05-1989.