Bij de dood van ….

Ieder mens komt bij zijn of haar geboorte automatisch in het bezit van een rugzakje. Op de bodem van dat rugzakje bevindt zich niet alleen de bodem maar ook al de traumatische ervaring van het verlaten van de baarmoeder, gevolgd door de nauwe tunnel van het geboortekanaal,dat  bij het verlaten van dat kanaal gepaard is gegaan met gehuil dan wel gekrijs. De gelukkige ouders waren op dat moment verrukt over dit teken van leven en koesterden het kind als een vorm van verlossing. In welke zin dan ook. En dan dient het kind niet alleen de opvoedkundige kwaliteiten van de ouders te ondergaan, wordt aangeleerd dat vallen en opstaan dan wel opkrabbelen inherent is aan het leven en verandert regelmatig de lach in een traan. Of omgekeerd wanneer het kind na een valpartij de gelegenheid krijgt om een snoepje als pleister op de wond te plakken. En onderwijl groeit het kind groter, wordt het veroordeeld om onderwijs te ontvangen, mag het niet altijd zelf meer kiezen en worden in de regel goedbedoelde keuzes voor hem of haar gemaakt. Naast de adviezen van mensen die pretenderen levenswijsheden aan dat opgroeiend kind mee te geven. Maar waar het kind geen weet van heeft is dat leven naast verrukkingen ook de nodige teleurstellingen in petto heeft. Sommige teleurstellingen gaan een leven lang mee, andere teleurstellingen gaan schuil onder de mantel der liefde en over nog andere teleurstellingen wordt niet gesproken. Doodgezwegen als het ware. Naast het feit dat groter groeien met pijn gepaard gaat is het ook een feit dat de regel van vallen en opstaan net zo hard meespeelt. Waardoor het rugzakje zich in de loop der tijd wat meer gaat vullen , wat boller komt te staan en de eenvoud van een schuimpje (of een marsh mellow) verandert in een steen. En niet altijd de steen der wijsheid behelst. Jeugd, puberen, volwassen zijn, dingen uit proberen en de bekende schade oplopen die soms met schande gepaard gaat, overvallen niet alleen dat voormalige kind, dat mens in wording, maar maken steeds meer deel uit van de mens die hij of zij is. Zichtbare en veel onzichtbare littekens vergezellen de mens op zijn of haar reis door het leven. En het is niet eenieder gegeven als levenskunstenaar door het leven te gaan. Sommigen gaan gebukt onder de last van het leven dat ervoor zorgt dat die eerste bolle schuimpjes steeds meer worden vervangen door die stenen. De last wordt steeds zwaarder en de lust om die last mee te zeulen steeds minder. Het stapelt zich steeds meer op en de riemen beginnen in de schouders te snijden, maar van huis uit is voorgehouden dat dit nu eenmaal het kruis is wat de mens in zijn leven moet dragen en een uitzicht dat het op den duur verlichting zal gaan geven, verdwijnt meer en meer achter de horizon, tot er geen horizon meer te ontdekken valt. Dat valt het duister en wordt leven niet alleen een hel, maar ook nog eens van nul en generlei waarde. En de omgeving probeert die ander te helpen, niet door in de put van zijn af te dalen maar zaken voor te schotelen die door die een alleen maar als last wordt ervaren. Last die zich buiten de rugzak bevindt en het juk waaraan ook nog eens emmers zijn komen hangen, zorgen ervoor dat de benen het niet meer kunnen dragen. En dan is daar de uitkomst, de balans die wordt opgemaakt: doormartelen of kiezen voor die keuze die ieder mens tot zijn of haar beschikking heeft: de zelfgekozen dood. De zelfmoord als enig redmiddel. Maar ook dat is discutabel, gezien het feit dat de keuze die iemand maakt invloed kan hebben op de omgeving. Wanneer je dit in alle anonimiteit pleegt, kan het een bevrijding zijn wanneer de dode op een bepaald moment door anderen wordt gevonden. Wanneer de zelfmoordenaar ervoor kiest om de ander te confronteren met zijn gewelddadige dood, kan er een vinger naar de ander worden uitgestoken, en zal een schuldig voelen bij die ander de stenen in die rugzak doen toenemen. Het is een pad, een levenspad dat wij allen weten te bewandelen, maar wanneer de last van het leven te zwaar wordt, is het niet vreemd dat wordt gekozen voor die zelf gekozen dood.