Bernlef & Reflex

‘Als kind, zo rond je tiende, kon je je soms mateloos vervelen. Wat is dat precies, verveling” Het woordenboek spreekt van een ‘onaangenaam gevoel, ontstaan door een onbevredigde drang naar nieuwe gewaarwordingen.’ Dat was niet jouw ervaring. Er was juist geen enkele drang. Nieuwe gewaarwordingen zouden zich nooit meer voordoen. Je was gedoemd voor eeuwig in deze toestand van lamlendige lethargie te verkeren, alsof iets of iemand iedere voortgang had weggezogen, als zuurstof van onder een glazen stolp. Om je heen dansten stofjes in het zonlicht. Alleen jij bewoog niet, zou nooit meer bewegen. Je had geen geraamte meer, je lichaam leek je te zijn afgenomen. Alles om je heen, de tafel, de stoelen, de schilderijtjes aan de muur, bestond. Nog even en de dingen zouden jou verdringen. Je zou er niet meer zijn en niemand zou zich jou ooit nog herinneren.
Een lege kamer zou alles zijn wat er van je overbleef.’
Schrijft Bernlef op bladzijde 105 van zijn boek ‘De onzichtbare jongen.’ En even verder:


iGer.nl
‘Iedereen wil de wereld begrijpen. Of je nu zenuwbanen in kaart brengt of de tochtstromen in een kamer. Iedereen is uit op het ontwerpen van een systeem. Maar achter ieder systeem loeren de uitzonderingen. Wie te scherp ziet, verdwaalt in details. Wie zich alles herinnert, kapseist door het gewicht in zijn hoofd. En: bestaat er wel een systeem waarin alles zijn plaats heeft”‘ (blz. 128).
Hij brak door door Hersenschimmen. Nu weet ik niet goed of het woord doorbreken wel op zij plaats is, want hij beschrijft een proces van afbraak. Alzheimer. En een vergelijk dient zich aan:
‘Je zou er wel nog zijn, alleen je zou niemand meer herinneren. Een lege kamer zou alles zijn wat er van je overbleef.’
De afbraak. De finale leegte. Het totale loslaten. De geest die ervan doorgaat. Die gerimpelde, loszittende huid, waar de botten doorheen steken. Het ingevallen bekkie. Het murmelmondje. De ogen die geen flonkeringen meer vertonen. De leegte die achter die holle ogen schuilgaat. De tijd.
Verloren tijd. Achteloze tijd. Verstreken tijd. Godvergeten tijd.


iGer.nl
Wat ik verwachtte
Mijn verwachtingspatroon van Duin en Bosch geldt niet zozeer de instelling als wel de patiĆ«nten. Ik heb hiervoor twee jaar in Amsterdam gewoond en ben daar in contact gekomen met allerlei mensen. Onder hen bevond zich een aantal ” in hoofdzaak jonge ” mensen die op de een of andere manier geestelijk in moeilijkheden verkeerden. Zij stonden onder behandeling van psychiaters of maakten deel uit van therapeutische groepen.
Als ik met deze mensen sprak kon ik ze niet direct helpen. Ik ontdekte dat hun problemen navoelbaar waren. Er waren steeds terugkerende soorten van moeilijkheden. Een van de belangrijkste: het falen in het zoeken van een eigen identiteit en het zich niet kunnen handhaven. Daarachter was meestal te ontdekken een moeilijke gezinssituatie. Verder waren er maatschappelijke factoren: in het nauw raken ten gevolge van massificatie, communicatieverlies en verontpersoonljking in en door deze maatschappij.
Hoewel mijn verwachtingspatroon ten aanzien van het werk nogal vaag was moet ik gedacht hebben aan werk dat als hoofdeigenschap en belangrijkste bezigheid had de omgang met mensen.


iGer.nl
Wat ik vond
Zoals ik reeds gezegd heb vond ik op Duin en Bosch in hoofdzaak vraagtekens. Pas nadat ik op Duin en Bosch kwam ontdekte ik dat nog helemaal niet vaststond dat psychiatrie een sociale ” in de betekenis van praten en invoelen ” wetenschap was, maar dat de discussie over dat punt in volle gang was. Ik acht mezelf niet capabel om hier deel te gaan nemen aan die discussie. Dat komt door zowel een gebrek aan theorie als aan praktische ervaring. Aan beide zaken wordt evenwel gewerkt.
Wat ik wel weet is dat de B-verpleging, doordat psychiatrie niet van zichzelf weet wat het is, ook geen specifiek eigen karakter heeft. Wat een A-verplegende doet zal ” neem ik aan ” wel zo ongeveer duidelijk omschrijfbaar zijn, wat een B-verpleger doet heb ik (nog) niet ontdekt. Hij vervult wel een aantal rollen: hij past A-verpleegkundige handelingen toe; is huishoudelijke kracht; verzorger; cipier en gezelschapsheer. Welke specifieke rol hij speelt in het genezingsproces van een psychiatrisch verpleegde patiĆ«nt weet ik echter niet. Waarbij ik wel voor het juiste begrip wil beklemtonen dat ik zijn zojuist aangehaalde functies op hun manier wel noodzakelijk en zinvol acht. En waarbij ik niet wil ontkennen dat intermenselijke belangstelling, psychologisch inzicht etc. tot zijn eigenschappen behoren, maar wel geloof ik dat aan die eigenschappen in het genezingsproces geen richting wordt gegeven.
Vertelt mij Frits Eshuis, in het 4e nummer van Reflex in 1973. Een eerste jaars.


iGer.nl

Spookhuis Vrouwen III, Kinnehin, Prinses zu Wied

J. Bernlef, een pseudoniem voor Hendrik Jan Marsman, taalvirtuoos.
Frits Eshuis, in 1972 eerste jaars leerling B-verpleegkundige.
Toen het diploma nog werd omschreven met woorden als ‘Krankzinnigen.’ De B het Bijzondere karakter van deze vorm van verplegen typeerde. En ik mijn sporen in Santpoort achterliet. Santpoort wat stond voor progressie, toen. Duin en Bosch waar het uniform nog lang in zwang was. En het gevoel dat de woorden van Bernlef in mij opriep. Door de man die ik zaterdag voor de ingang van Hoograde B trof. Zijn zoveelste sjekkie draaide. En ik hem de vraag stelde om zijn ‘kop’ vast te mogen leggen. Zijn bedaarde antwoord: ‘Nee!’ Duidelijk, heel duidelijk en ook terecht. Want ik brak in op zijn privacy. Ik brak in op zijn verblijf. En waar hij liet blijken dat zijn kamer nog lang niet leeg was, rolden zijn door nicotine aangeslagen vingers, verder aan dat sjekkie. Dat moment ligt nu dan vast. Door simpelweg te gaan citeren…


iGer.nl
Morgen een collega van mij aan het woord. Rob Stam. En zijn begeestering. Omtrent onderwijs.
De noemer: een mening over het opleiden