Be weeg reden!

20090328-1238243711N1803engel846

Toch had ik mij straks anders voorgesteld.
Want al poogde ik in de dag en het moment te leven, keek ik stiekem wel vooruit.
Haalde het zelfs in mijn hoofd om dagen te gaan tellen met als uitgangspunt een maand. En waarvoor!”

Niet voor dit moment. Want het moment nu is bepalend. Voor de overdenking. Voor die niet aangekondigde stem als ik de telefoon opneem. En voor Bruno! En ik zal nalaten om Bruno verder te introduceren want het is goed dat Bruno is. En dat ik hem mocht vasthouden! Aan kon raken! In de ogen kijken. Koffie mocht presenteren. En ik hem een blik heb laten werpen. Op mijn schatten uit een direct verleden. De dozen. En de muur.

Hij bracht mij toch weer in verwarring. Omtrent straks en het moment waarop het nu zo duidelijk aanwezig is.
Maar ik koesterde ook mijn doelen toen, voor straks. Als er een straks zal zijn en ging voor mijn gemak maar uit van 63. Maar ook dat staat ter discussie. Want voor hetzelfde geld wordt dit 70 of ieder willekeurig ander getal.
Daardoor blijft het glas weer duidelijk voor ogen. Leeg en vol, een volle leegte.
Gevuld met zwijgen. Stilte desnoods. En blikken.

Verwijten zinken langzaam door de bodem. Er is dan ook geen sprake van een bodem en dat zand glipt weg.
Laat zich verleiden om te glippen. Of te spoelen als ik een traantje pleng.
En dan mijn oog weer op de zon kan richten.
Een wolk die voorbijstuift.
‘Raindrops keep fallin’ on…’

Dan overweldigt mij mijn mens zijn. Dan ben ik, voor heel even, een met het al.
En laat ik in die stap ook liggen wat er lag.
Om de draad niet kwijt te raken.
Om niet krampachtig vast te houden.
Alleen…

Dat valt soms verdomde tegen. Het is dat ‘Alleen is veel ineen’ wat dan weer opspeelt. Zoals al die mailtjes die ik mocht ontvangen. Van collega’s. Uit Amsterdam. En dan weet ik niet zo goed hoe daar nu weer op te reageren. Want het voelt niet dubbel maar minimaal driedubbel. Gelijk die opmerking van mensen die ik onderweg ontmoet: ‘wat zie je er goed uit!’
Van buiten ongetwijfeld, maar wie kan mij zeggen hoe de binnenboel zich houdt” Ben ik een mispel”
Dan liever nog een lispeltuut. Of iets wat daar op lijkt!

Een wonderlijk weekje. Een weekje vol verwondering. Omdat er zaken plaatsvinden die ik op mijn pad nog niet gevonden had. Daardoor ook moeilijk te plaatsen zijn. Het goed bedoelde. En ik ben mogelijk een beetje pedant, een tikkeltje blas” en een fractie arrogant, maar voor een ander deel toch ook wel verlegen. Dan weet ik niet zo goed wat ik dan zeggen moet.

Dan heb ik ook niet die moed en doe ik er mijn zwijgen toe.
Dan slaat de stomheid toe. En doe ik het maar met deze lettertjes.
Dan komen de woorden hier te staan.

En dan denk ik even: ‘ik begin maar weer van voren af aan…’
Maar dat is onzin. Dat is je verstoppen voor de realiteit.
Dan kun je niet ontsnappen aan de dagelijkse werkelijkheid.
En ga ik mee in de stroom en laat de onderstroom geen vat op me krijgen. Want die onderstroom, niet zichtbaar, laat zich wel degelijk gelden. Kan dat de ‘vaart der volkeren’ zijn”
Ik weet het niet.

Ik weet het af en toe niet meer. En vaker nog steeds minder. Want ik zie mijn einder meer onder ogen. En vraag mij af hoe het straks zal zijn. En dat brengt mij in die verwarring.
De dwarreling van een beschreven blad. Een woordenbrij van letters, krullen, punten en de nodige vraag- en uitroeptekens.

De ongeorganiseerde bende, gestructureerde chaos, en het macabere van een soort van ‘killing fields…’
Want macaber kan het duister zijn. Dan is er geen sprake van enige mystiek.
Dan wordt de waarheid onverbloemd weergegeven.

Om onder ogen te komen.
Omdat de vraag bewaarheid wordt.
Opdat de doorgang zich opent.
De weg gebaand en het doel zichtbaar.

Tijd verschijnt. Als tijd verschijnselt.

PASSAGE

Links en rechts
passeren zij
wij
zijn op weg
naar een
voorspelbare
bestemming.

De ruimte
waarin men
mij
passeert,
koester ik

met liefde.

Be weeg reden! Reden genoeg!

20090328-Kopie van P1010723