Back


iGer.nl
Wat hield mij een jaar geleden bezig” Waar stond ik toen in vergelijking met waar ik nu sta” Wat gebeurt er als, na 12 jaar trouwe dienst, een mobiel nummer ander cijfertjes krijgt. Hoe zou de WIA eruit hebben kunnen zien indien ik wel in dit traject terecht was gekomen” En welke platjes weet ik vandaag, een jaar later, aan dit oude schrift te koppelen. Is dit wel mijn schrift” Zo ja, waar blijkt dat dan uit”
Po”ten. Poeten die de plaat poetsen. Want eenieder probeert het een en ander uit. Op klank. Op metrum. Op naaktheid. Zoals de takken van een boom in herfsttooi. Of beter gezegd in winterstand. Zoals Jan Arends ooit dichtte. Of Achterberg die door woord, klank en inhoud met de lezer aan de loop ging. Een Rawie. En de kortgeleden overleden Vinkenoog. Een Lucebert.

De spelerijen van een Wijlen Willem Wilmink.

Tekstdichter en liedcomponist. Noem het Spielerei. Zoals ooit John O’mill vele hoofden wist te raken. Of de harten die door liefde tot grote bloei konden komen. Want ook daarin gaat veel po”zie verscholen.


iGer.nl
Vandaag staat wijlen Boudewijn Buch op het programma. Omdat ook deze menspersoon allereerst met po”zie aan het werk toog. En niet veel later tot de ontdekking kwam dat dit werk weinig lonend was. Tenminste, niet met de onsterfelijke regels die een Bloem dan wel een Neeltje Maria Min tot zijn of haar beschikking kreeg, en daarmee Nederland en de schone kunsten als in een testament iets weet na te laten.
Boudewijn waarnaast wij ooit in Amersfoort in een t”te ” t”te zijn komen te verkeren. Tijdens een boekenbeurs die ruimte bood voor debutanten dan wel mensen die het in hun hoofd haalden om, veelal op eigen kosten, met bundels naar buiten toe op te treden. ‘Ik ben voor niemand iemand meer’ lag naast een vijftal bundels van Boudewijn die heel fijntjes memoreerde dat het schrijven van een boek veel beter loonde. In alle jaren dat zijn bundels op de markt waren verschenen hadden de ongekende verkopen hem een royalties opgebracht waar hij twee glazen bier voor kon kopen. Niet veel later debuteerde hij. Met dat boek. En werd wereldontdekkingsreiziger met een speciale voorliefde, niet alleen voor de Blonde Dood dan wel het Dolhuys, maar met name voor de Dodo. Uitgestorven. En een van de laatste botjes van dit bijzondere exemplaar bevond zich in het bezit van Boudewijn. Wat, na zijn dood, in een bijzonder kastje momenteel in het Teylermuseum in Haarlem te bewonderen valt.


iGer.nl
Op Boudewijn schreef ik ooit een stuk. Geenszins een klaaglied maar meer een verhaal waarin ik mijn onkunde onder de vleugels van Boudewijn Buch probeer te verschuilen. En ik denk dat dit mij gelukt is. Niet netjes maar wat typeert de mens niet meer dan dat een zekere onkunde vaak in het duister verborgen ligt. In dat licht gezien moet het mij verder van het hart dat, juist door deze gedeeltelijke bekentenis, het ook weer wat opluchting schenkt zodat mijn voorstel voor vandaag gaat luiden:
Wat wil JU kwijt opdat JUW hart wat vergelijkbare ruimte krijgt” Schroom niet! Weet dat dit medium niet zo gelezen wordt als dat de veronderstelling reikt. En dat zal, gezien het aantal reacties best wel spannend zijn en ook wel spannend blijven!

OP BUCH

Het is mijn

pedanterie

gekonkel

met de muze

onsterfelijkheid

die ik zoek

door het spelen

met de toetsen

licht op

het heilig

beeldscherm

geeft

geen eigen

teken

dat ik aan

papier

toe

vertrouw.

En” Het lucht op, niet”
Dat stond een jaar geleden paraat. Voor het aanwezige publiek. En waar ik een bepaalde inspiratie uit wist te halen door de lettertjes in een bepaalde volgorde aan het papier toe te vertrouwen, is de inspiratie op dit moment wat verder van huis. Maar twijfel niet. Al is de rede wat uit zicht, kan het haast niet anders dan dat, met meerdere dagen in het verschiet, mijn geest zich weer gaat vullen. Alleen op dit moment helaas even niet. Spijtig wel. Maar beter dan niet!