Artsenbezoek

De vraag is simpel: “Hoe voelt U zich”” Het antwoord navenant: ‘Goed!’, antwoord ik en kan niets anders zeggen. Want eigenlijk zou ik niets anders weten te antwoorden. Af en toe een wat mindere dag, dan weer een wat meerdere dag en de dagen daar tussen glijden als zand tussen mijn vingers door. De weg heen als de weg terug kenmerkt zich door de loop dan welde pedalen die ik in beweging weet te brengen. Een echte pedaalridder is ooit aan mij verloren gegaan. En daar ben ik, eerlijk gezegd, niet geheel rouwig om. Zoals ik om meer zaken niet rouwig ben. Bijvoorbeeld de foto die ik vandaag op mocht halen. Van de tentoonstelling ‘Wij in Noord-Holland.’ De foto waar ik zelf niet het meest verrukt over was, doch door de jury goed werd bevonden en daardoor, uitvergroot, zich op blikken mocht verheugen. Verheugend dat deze tentoonstelling zoveel bezoekers heeft getrokken, en, door simpelweg een einddatum aan te geven, nu alweer ten einde is.
Hoewel, stel dat nergens een einde aan zou komen. Dan is er toch geen beginnen aan” En als er dan geen beginnen aan is, zou er nergens sprake kunnen zijn van een crisis. Waar zouden we het dan in vredesnaam over moeten hebben” Niet alleen over de dag van vandaag. 9/11. en het moment, nu elf jaar geleden dat Martijn Bilars het had over een vliegtuigje dat een van de Twin Towers was ingevlogen. Waarbij ik, in mijn toenmalige onschuld, dacht dat dit een Pipercup betrof…
Dat moment toen luidde een begin van een einde is. Het einde wat toen kwam, waarbij de gevolgen zich niet direct lieten raden. Maar waar die gevolgen nog steeds zichtbaar en tastbaar zijn. Die een aanslag hebben gedaan op het gevoel van veiligheid. Een aanslag heeft gepleegd op de mensheid, in welke zin dan ook. Maar waarbij diezelfde mensheid ook weer die flexibiliteit laat zien die diezelfde mensheid typeert. De orde van de dag, waarbij ik gisteren nog even de waan van alledag liet passeren. Of was het eergisteren misschien”
Ben vandaag weer in belangrijke mate goedgekeurd. Beter val ik niet meer te maken, dus zal ik het met goed moeten doen. En dat doe ik! Op mijn manier! En ik moet eerlijk zeggen: zo goed als ik me beter voel, zo goed doe ik mijn best. Mar als ik nu heel eerlijk ben: gaat toch mijn leeftijd een rol spelen. En in dat rollenspel… kwam ik Clemens Vincent tegen. Met wie ik ooit in Dageraad mocht spelen. Een stuk in blanke verzen. Tenminste, dat was een deel van de ondertitel…
In mijn herinnering. Gelijk die andere herinnering die net voorbijkwam. Ik zit te spelen. Op het parket. In een berg strandzand. Met Dinky en Toy. Of liever gezegd: met mijn Dinky Toys. Met George. George Schot. Op de Voormeer. Waar de brandstoffenhandel van de Firma Schot onder andere gevestigd is. Eigenlijk ook een transportonderneming. De Firma G.H.A. Schot. Maar misschien lieg ik. Door de loop der tijd. En wij hebben ook een transportonderneming. Wij doen in zand. En dat zand verplaatsen we van de ene kant naar de andere. Met behulp van een Jacobsladder worden de zandwagens, Bedfords in dit geval, gevuld, gekiept en daardoor geleegd. Wij rijden wat. Heen en weer. Het begin kent ook nu een eind. En als het eind komt is het zand weg, zijn de wegen weg, de sporen verdwenen. De auto’s weg. Een schoenendoos. En die doos… is ook in de loop der tijd verdwenen. Maar in mijn hoofd… rest mijn verleden. Denk ik vandaag en maak me op voor morgen. Gelijk ik dat in het verleden deed.
Op een ding na; een tekst die ik vandaag tegen kwam. Diegenen die ik lief heb, verlaat ik, om diegenen die ik lief had, terug te vinden.