arm last ig

Door 22 januari 2012

Armlastig. Lastig als je arm bent. Rond moet komen van de bedeling. Constant ‘dank je wel’ te zeggen. Je hand op te houden. Bedeling. Bedelen om een aalmoes. Proberen iemand een euro uit de zak te praten. Om voor een nacht een dak boven het hoofd te kunnen hebben. Een bed om in te slapen. Een ontbijt, na van een douche gebruik te hebben gemaakt. En dan de straat weer op. Een herhaling van zetten. Een dagvulling. Mensen die doen alsof ze je niet zien. Mensen die mogelijk doelen voor ogen hebben. De oogkleppen, met de blik op voorwaarts gericht. De ‘targets’ die voor  een dag, een week, een maand of een jaar de richting gaan bepalen. De koers die wordt uitgezet. En de omzetten die dalen. Het straatjournaal. Over de onderarm van een voortandenloze Oost Europeaan. Waarschijnlijk. Een gesprek met hem, wordt voor een belangrijk deel uit de weg gegaan. Ook ik waag me er niet aan. Waarschijnlijk omdat ik niet direct om zo’n praatje verlegen zit. Eigenlijk ook niet zo goed weet waarover dan te gaan verhalen. Ook ik ben op dat moment een vreemde in een bekende wereld. Of een bekende in een wereldvreemde wereld. Of iets wat daar tussen huist. Iets waarbij de afkomst minder bepalend is dan de positie die op een zeker moment wordt ingenomen. Want het zijn veelal posities die de plaats bepalen. Posities. En de plaats die bepaald wordt. Niet direct door de doelstelling. Meer door de plaatsbepaling.

Zodra er sprake is van een financiėle ondersteuning nodig te hebben, ben je afhankelijk. Dat maakt dan direct ook het verschil uit tussen arm en rijk, tussen behoeftig en onafhankelijk.  Niet direct hulpbehoevend noch miserabel, hoewel deze woorden ook duidelijk richting armlastig neigen. Noodlijdend, wat weer doet denken aan de nooddruftigheid die zich voordeed in de Fabeltjeskrant.  Het Bor de Wolf effect. Het enge bos, waar hij de nodige inspiratie opdeed. Om de wereld niet veel later weer met open vizier tegemoet te kunnen treden. Want openheid was toch een zekere vereiste. Eisen. Eisen die iets van een bepaalde dwang in zich bergen. En die eisen komen steeds duidelijker naar voren.  Neem nu minister Kamp. De voorwaarde die hij stelt, neigt ietwat naar het proberen de onmogelijkheid in de hand te willen nemen. Het mogelijke doen wij direct, het onmogelijke duurt iets langer. Voor sommige mensen duurt dit levenslang. En als ze dan tot de groep levenslang door die omstandigheid worden veroordeeld, dan is het de onzichtbare maatschappij die zich dan weer zichtbaar laat horen. Een gezicht krijgt. Een stem laat horen. Een oordeel uitspreekt. Een ander als niet noemenswaardig kwalificeert. Waardoor die ander juist aan die kwalificatie ten onder gaat.  Er eigenlijk niet meer toe doet.  Rest, bij wijze van spreken, in een naamloos graf. Waarbij achteraf de indruk kan gaan ontstaan, dat dat leven er  eigenlijk helemaal niets toe deed. Er ook niets toe gedaan heeft. Er eigenlijk net zo goed niet had hoeven zijn. Maar er wel was. Ooit.

Vraag niet waarom deze maalderij zich vandaag onder mijn schedel voordeed. Misschien door wat indrukken van gisteren. Een demonstratie. Van Syriėrs. Mensen met vlaggen. Mensen die proberen, in den vreemde, begrip te ontwikkelen omtrent de situatie in hun land. En een enkeling die op dit vlagvertoon ingaat. Door even stil te staan. En niet veel later de kuierlatten nemen. Want niet alleen het leven gaat door, ook de dingen kennen een eigen wetmatigheid. Zoals ook mijn leven door gaat zoals het gaat. En de dingen laat die ik niet doe. De dingen denk zoals ik denk. Tenminste, als ik denk dat ik denk. Maar misschien denk ik geregeld ook niets. Of misschien wel van alles. Of iets daar tussen. In desnoods. Voor zover er misschien iets tussen in kan zijn. Het iets misschien?

Tags: , ,

Dit bericht was geplaatst op zondag, 22 januari 2012 om 20:00 en opgeslagen in Overigen. Je kunt reacties op deze vermelding volgen via RSS 2.0 feed. Je kunt een reactie achterlaten, of trackback vanaf je eigen site.

Laat een reactie achter

Je moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.