Arbeid

Zo bizar had Koninginnedag nooit mogen eindigen! Dit kan niet! En toch heeft dit plaatsgevonden. 30 april zal altijd in een ander teken blijven staan… Hier past slechts een kort woord: vergetelheid probeert dat gevoel een beetje te plekken.
Zo gaat het vaak in het leven: het ene moment sprakeloos en kijkend naar dat andere moment waarop de wereld toch weer doordraait… Sterkte met de gedachten die juist nu zo deelbaar zijn!

VERGETELHEID

 

Nog weet ik nu

dat het gisteren

anders was;

 

nu weet ik straks

dat ik vandaag

weer ben vergeten.


iGer.nl 

Schreef ik twee jaar geleden. Toen Karst T. zijn dodelijke aanslag pleegde. Toen Nederland van een heerlijk kleinburgerlijk landje wereldnieuws werd. Waar de mens toch steeds weer in staat is zich aan veranderde omstandigheden aan te passen. Want veranderen en aanpassen zijn, in een bepaalde mate tot elkaar veroordeeld. Het heeft wel wat weg van ‘de wetten’ die ik lees. En voor een belangrijk deel al gelezen heb. De astroloog, epilepticus, filosoof. De priester, fysicus en kunstenaar. Dan uiteindelijk de psychiater. Alsof het schrijven iets van een eendenkooi in zich bergt. Ook dat zal wel weer een samenloop zijn. Gelijk het leven veelal op samenlopen gestoeld is. En mocht dit niet zo zijn, het toeval wil ook nog wel eens een handje helpen. Ondanks het verminderde geloof dat ik hier aan hecht. Gelijk een ander hier weer veel geloof aan zou kunnen hechten. Een derde iets van het karma tegenaan gooit en een vierde simpelweg de schouders ophaalt. Een vijfde stug doorloopt en zwijgend geen commentaar wenst te geven. Een zesde de ogen sluit. Een zevende een gesprek aanknoopt. De achtste, verwondert, rond zich heen kijkt. Een negende gramstorig reageert. En de tiende niet weet waar ik het over heb. Want zij denkt dit alles, schrijft dit alles op, balanceert op een heel slap koord, verwerpt door het schrappen, antwoord door te vragen en blijft, een leven lang zoeken. De constatering van de dood. Huizen die voor de eeuwigheid zijn bedoeld. Gemaakt door mensen en mensen sterven, maar die herenhuizen blijven staan. De verwondering als zij zich afvraagt wat voor zin het heeft, als je weet dat je dood moet. Een fragment.
‘Een jonge punker die een duif probeert te schieten. Met zijn hele dure camera met een lange lens. Hij wou die duif vangen in een beeld. En dit beeld verstilde tot een zinnebeeld. Want die jongen moet toch dood en de duif gaat dood en ikzelf ook, ik die dit alles zie en bedenk. Het heeft geen enkele zin om die duif te fotograferen je ontkomt niet aan de dood. Die foto misschien.’ (blz. 219, De Wetten, Connie Palmen).


iGer.nl
Dood. Die andere vraag aan het leven gekoppeld. Leven. De kunst van het leven. De ultieme levenskunst. De levenskunstenaar. Een ander dan de kunstenaar waar wij allen een verschillend ietwat verdwaasd beeld van zullen hebben. De kunstenaar die ook door Palmen op haar pad door haar brein dient te dwalen. Gelijk een parodie op het Koning, Keizer , Admiraal maar dan veel meer essentieel. Existentiefilosofie. In klare taal. Althans in zekere zin. Als in het volgende.
‘Gistermiddag was ik toch bij die oude vriend van me, een beeldhouwer. Hij zei iets dat me erg raakte. Hij zei, je moet het voor jezelf doen, beeldhouwen, het is iets wat in zichzelf zinvol moet zijn, het maken. En dat de rest, alles daar omheen, circus is, onzin. Het heeft niks met het beeldhouwen te maken. Ik geloof dat hij daar gelijk in heeft.’
‘Ik niet. Eten en drinken kun je voor jezelf doen, en kennis vergaren, maar kunst kan volgens mij niet puur en alleen iets voor jezelf zijn. Kunst is toch ook de keuze voor een manier om met anderen om te gaan, met de hele wereld, als het even meezit”
Je kunt de wereld bereiken, via een ding, een beeld, een boek, en je kunt met de wereld praten zonder er zelf in persoon bij te hoeven zijn. Je bent er en tegelijk ben je er niet, is er alleen het ding en breng je via dat ding je eigen bestaan in verband met het bestaan van iedereen. Je moet je durven laten bemiddelen door iets anders dan jezelf, iets wat toch jouw naam draagt.’
‘Klinkt ook weer heel waar.’ (blz. 205/206, De Wetten, Connie Palmen).


iGer.nl
Wij waren in Limburg. Limburgia. Oftewel Limland. En reisden wat rond. Naar Aken, naar Lanaken, naar Maastricht, naar Vaals en verbleven in Valkenburg. En troffen het niet. Met het weer. Tussen de 10 en 22 graden. Met ferme regenbuien. En zon. Noem het een wat wisselende periode. Dus troffen wij het wel. Want Nederland blijft, ook wat het weer betreft, wat onvoorspelbaar. Gelijk deze eerste bijdrage in de maand mei. 1 mei nota bene. De zondag waarop de dag van de arbeid wel dan niet gevierd zou worden. Waarop Rome de zaligheid uitroept om daarna de heiligheid uit te kunnen spreken. Waarin een voorwaarde is opgenomen dat er een wonder dient te hebben plaatsgevonden.
Mijn wonder vindt op dit moment plaats. Ik plaats voor een deel het gedachtegoed van een ander. Doe daar een beeldje bij. Laat na om dit beeld te plaatsen. Het kan de ander tot nadenken stemmen. Maar dat is niet de bedoeling. Mijn bedoeling was niet meer dan het beeld dat ik zag even vast te gaan leggen. Gelijk die jongen en die duif. Een mogelijke vredesduif. Zoals in Margraten. Ruim 8000 gesneuvelde Amerikanen liggen daar begraven. Bijna 2000 namen zijn in een muur gegraveerd. Van hen heeft men nooit de stoffelijke resten teruggevonden…


iGer.nl