Anticiperen

Anticiperen kun je leren! Kun je anticiperen leren” Als ik anticipeer, wil dat nog niet zeggen dat ik het leer. En door te leren loop ik grote kans dat ik, onderwijl, anticipeer, hoewel… Ook daar kunnen de nodige vraagtekens bij gezet worden. Want wat ik doe hoeft niet altijd te betekenen dat de ander ook reageert op mij. Als ik nalaat de situatie goed in te schatten, loop ik bijvoorbeeld de kans dat de ander, geconfronteerd met mijn actie, als reactie een totaal andere kant op gaat. En wanneer dat te gebeuren staat, grote kans dat dan het leed niet te overzien is. De schade zodanig, dat er geen sprake meer kan zijn van enig herstel. Om over rehabilitatie maar te zwijgen.
Wat woorden in een notendop. Waarbij ik me wel realiseer dat de abstractie waarmee ik deze woorden ventileer, voor een onbekende onbegrijpelijk zullen zijn. Daar gaat het echter dit keer niet om. Neen, het gaat erom dat een goed verstaander in deze, aan een half woord genoeg heeft. En die goede verstaander ligt onder vuur. Op een wijze die doet denken aan wat Kafka ooit op papier heeft gezet. Het Proces.
Iemand moest Josef K. belasterd hebben, want zonder dat hij iets kwaads had gedaan, werd hij op een morgen gearresteerd. De keukenmeid van mevrouw Grubach, zijn kamerverhuurster, die hem elke ochtend tegen achten het ontbijt bracht, kwam deze keer niet. Dat was nog nooit gebeurd. K. wachtte nog een poosje, zag van zijn kussen uit de oude vrouw die tegenover hem woonde en die hem met een voor haar heel ongewone nieuwsgierigheid gadesloeg, maar dan, met een gevoel van bevreemding en honger tegelijk, belde hij. Onmiddellijk werd er geklopt en een man, die hij hier in huis nog nooit had gezien, kwam binnen.
Belasteren, kwaad doen, ongewone nieuwsgierigheid, bevreemding en honger tegelijk, kan haast niet anders dan dat dit angst tot gevolg heeft. Dat de werkelijkheid door de meest wilde fantasie wordt achterhaald. Dat er sprake is van een wereld, waarop de grip verloren gaat. Een surrealistisch beeld dat juist de realiteit vernietigt. In die zin dat het geen werkelijkheid meer is. En tegelijkertijd ook weer wel. Waarbij je de idee hebt, dat alles zich buiten jou om voordoet. Waarbij je, tegelijkertijd, deelgenoot, omstander en slachtoffer bent. Je als het ware voor die slacht geofferd zult gaan worden. Je buiten jezelf zou willen treden, ware het niet dat je door de omstandigheid gekooid bent door diezelfde omstandigheid. Je verdwijnt in een werkelijkheid, waarbij ieder houvast, iedere rots, onder je handen verdwijnt. Waar de dag wordt doordrenkt door zware, zwarte wolken, waar omstandigheden met jou, als speelbal, je alle kanten opslingeren, waar reddingsboeien verloren gaan. Geen actie wordt ondernomen en je compleet op jezelf wordt teruggeworpen. Waarbij ieder geluid van jou verloren gaat, je schreeuw in oneindigheid verdwijnt en zelfs de hoop, als laatste middel, wegkwijnt. En jij alleen verloren gaat…
Stel ik me voor. Zoals ik mij wel vaker voorstel, alleen… het is een realiteit. Waarbij niet alleen bakens worden verzet, maar ook nog eens bakens worden verwijderd. Waarbij andersoortige belangen, opeens en niet verwacht, ervoor zorgen dat de ander de rug wordt toegekeerd, in de steek wordt gelaten en de straten van die ander worden schoon geveegd. Het vuil, per definitie,op de stoep van de ander wordt geflikkerd, gevolgd door een simpelweg schouderophalen…
Woorden die bedoeld zijn om de ander sterkte te wensen. Sterkte in een tijd waarin alles aan het wankelen wordt gebracht. Waarbij, waarschijnlijk, weer eens rook en vuur een rol kunnen spelen, terwijl daar, naar mijn idee, GEEN SPRAKE VAN KAN ZIJN!