Alles rot!

Alles rot! Dat zeg ik met een rotsvast vertrouwen! Nu weet ik wel dat rotsen moeilijk kunnen rotten, maar slijten kunnen ze wel. En zou je slijten zien als rotten kunnen zelfs rotsen rotten. Rot op met dit betoog, Wik. Ga ergens anders liggen rotten. Als ik me dan weer voorstel dat mensen zich in rotten van vier gaan opstellen, weet ik niet of dat enkele woord rot nog wel de lading weet te dekken. Want ook lading kan, afhankelijk van het materiaal, weer gaan rotten. Graan bijvoorbeeld. Of vis buiten de koeling. Eten dat aan bederf onderhevig is. En niet in de laatste plaats de mens. Zowel bij leven als in de dood. Bederfelijk in ultieme zin. En het bederf slaat toe in de allereerste ogenblikken. Wat dat betreft blijft dat boek van Midas Dekker fascineren. De vergankelijkheid. Het is dan ook de achterflap waar ik het volgende van citeer. Waardoor die eerder genoemde vergankelijkheid de lading weet te dekken: alles rot!
Veel glorie is op haar best als ze aan het vergaan is. Maar dan moet ze daar wel de kans voor krijgen. Oude gebouwen worden meestal afgebroken voor ze aftakelen, of gerestaureerd tot slechts een modern gebouw rest. Oude mensen doen zich jong voor. Want iedereen wil oud worden, niemand wil het zijn. Na het gelukwensen van de honderdjarige wast de burgemeester zijn handen. Liever opent hij een nieuwbouwwijk. Nieuw is mooi en jong is lekker. Tegenover elk herfststukje achteraf in het handenarbeidlokaal staan honderd boeketten fris in honderd bloemenwinkels te stralen.
Toch lonkt het verval. Afwaarts is een berg ook mooi. Schilders schilderen ruines, toeristen fotograferen tandeloze vissers, Fellini begreep dat de nadagen de mooiste dagen van het oude Rome zijn. Nog steeds willen mannen niet oud zijn, maar ze eisen wel een penopauze op. De cirkel wil rond.
Restaureren we om het oude te behoeden of proberen we de tijdelijkheid te ontduiken” Hoe harder we op de radio over de lente zingen, hoe noodzakelijker blijkt de herfst, wanneer de bomen met een zucht van verlichting hun vrucht en blad aan de wind meegeven. Voor hen is het volbracht. Wat verval lijkt, is veelal vervulling.’
De reden van deze opsteker” Ik hield een verhaal omtrent de kastjes van Willem Schotten. Liet na om de titels van zijn kastjes te benoemen. En zal proberen deze tekortkoming vandaag enigszins goed te maken. Met de ijdele hoop dat, door Willem’s oog voor ‘de tand des tijds ‘ het rottingsproces enigszins tot stilstand zal gaan komen. Gelijk realiseer ik mij dat dit waarschijnlijk ijdele hoop is. Maar hoop doet nu eenmaal leven! En waar hoop is, blijkt ook nog leven te zijn. In die zin is deze tekst als zodanig niet geheel gespeend van dat leven. Welnu hier komen zij.
In een strikt willekeurige volgorde gelijk ook mijn willekeurige keuze:
‘Afgeschreven, Dwaalgeest, Eierstokje, Uitgevlogen, Lood om oud ijzer, Paddoos 4, Rozengeur, Tolhuisje, Zandlopertje etc. enz.
Daarnaast behoeft het dit keer geen betoog dat de letterlijke betekenis garant staat voor het figuurlijke gezicht. Interesse gewekt: Willem Schotten valt te vinden op het Wereld Wijde Web!