Maand: september 2019

Vreemde gast

Zo bijzonder is het niet. Althans, wanneer ik de welingelichte bron buiten beschouwing houd. Nu is het zo dat wanneer ik mij in een andere omgeving bevind, de weeromstuit dikwijls een rol kan gaan spelen. Indien ik mijn opwachting maak en anderen mij herkennen, van een moment dat reeds een tijd geleden moet zijn geweest. Waar ik voor mijn gemak dan een aantal jaren onder versta. Dat betekent waarschijnlijk dat mijn middellange termijn geheugen nog aanwezig is en dat ik over mijn korte termijn geheugen zelden hoef te klagen. Hooguit wanneer ik wat selectief ben: een vorm van het wel weten maar op dat moment de voorkeur geef om het daarbij te laten. Niets menselijks is mij immers vreemd en wanneer anderen opmerken dat ik een ‘vreemde gast’ ben, laat ik deze uitspraak bij hen die dit zo uitspreken…

Niet dat zij deze opmerking met mij zullen gaan delen, eerder ietwat besmuikt komt eerder aan de orde. Het zij zo en wanneer mensen dit doen zegt het meer over hen dan over mij. Ik voldoe nu eenmaal net altijd aan de gangbare normen, voel mij daar wel bij en kan niet nalaten mijn schouders op te gaan halen. Zo eenvoudig wil en kan ik zijn, en toch stoort het mij enigszins. Komt je dit bekend voor, je zult nu eenmaal niet de enige zijn en wat is leuker dan achter de rug van de ander om opmerkingen te maken.

Over haardracht, kleding, kunst desnoods. En wanneer het dit laatste betreft, voor vandaag wat bijzonders op dit berichtenblog. Want wat ik kan delen is vaak niet veel meer dan de foto’s die ik heb vastgelegd. Laat staan dat mijn woorden tot nadenken zullen stemmen. Want dat wat ik gisteren te berde heb gebracht is veelal tekenend voor de grilligheid die zich in mijn hersenen voordoet. En ook die constatering kan ik beter zelf doen dan dat daar een gestudeerd iemand een uitspraak over doet. Hooguit dat Sigmund mij in deze zou kunnen helpen…

72!

Wanneer het ruwe bolster de blanke pit verdrinkt, wanneer het zaadje besluit te ovuleren en het ei zich opmaakt voor de spiegel zonder sprong, wanneer de narcist besluit om een crocus te gaan worden en een daffodil de kans krijgt om met batterijen aan de loop te gaan, verkeert de schrijver dezes absoluut niet in een kennelijke staat van verwarring. Daar denken een vorm is van doen, dat nalaten veelal in het teken van verscheiden staat, een delver zich niet alleen toelegt op het zoeken naar botten, dat veelkleurigheid niet altijd gepaard gaat met rooskleurig zijn, kan het haast niet anders dan dat de wereld ergens op zal gaan houden met bestaan. Alhoewel ik daar op dit moment absoluut nog niet van overtuigd ben.

Zo’n douche kan inspiratie geven, kan de huid doordrenken met gevoel, laat langzaam zaken door het putje glijden en als het dan niet anders kan, is daar altijd nog de mogelijkheid om aan het zijn te ontsnappen. Zo eenvoudig als ik het hier nu stel, zo moeilijk kan het voor de ander zijn om iets van dit te gaan snappen. Hetgeen ook de bedoeling is. Tenslotte komt ook deze maand weer langzaam tot een eind en wanneer de zaken zich voordoen als zij doen, valt er weinig aan bij te sturen. Zelfrijdend vormt de toekomst en wanneer muziek in de oren klinkt, kunnen het de oortjes zijn die het niet af laten weten. Wat horen, zien en zwijgen ooit te berde hebben gebracht, ook dat valt nog steeds te raden. Voor je het weet val je van je voetstuk af en wanneer de vogels twinkeleren, is het de twinkeling in die gesloten ogen die uitsluitend doen vermoeden dat de ander in een andere wereld is komen te vertoeven. Om maar weer eens een gotspe naar voren te brengen!

Ik heb er weer zin in om nog eens de absurditeit van een bestaan te gaan aanschouwen. Doe daar absoluut en sowieso mezelf een groot genoegen mee. Want draait mijn wereld niet alleen om mij, mezelf en mijn schaduw heen?! Ben ik mezelf wanneer ik in droomland verkeer en de bordjes met aanwijzingen wederom laat voor wat deze zijn?! Aanwijzingen die verwijzen naar die andere mogelijkheden die waarlijk onbestaanbaar zijn. Het penseel dat de kwast streken laat uithalen die geen ander ooit zal kunnen begrijpen. De vorsers daargelaten, de waanvoorstellingen uit een ver verleden, de padden die in paddo’s veranderen en voor je het weet loop je met een trechter op je kop een tunnel in, om het schemer elders te gaan aanschouwen.

Is de vraagbaak verandert in een vergaarbak, wordt de soep in een heksenketel van geweld ondergedompeld en wanneer een bot, een been, een arm dan wel een hand vergeefs om aandacht vraagt, blijkt die kale kikker verandert te zijn in pluimvee van diverse aard. Aardig voor de een, hartstochtelijk ongelukkig voor een willekeurige ander. Zo’n zondag waarop de bladeren nog groen aan de takken hangen, de herfst er alles aan probeert te doen om het dekblad te verkeuren, de pruimtabak aan een mondhoek hangt en het grijs van tanden de grauw van deze dag tracht te vergoelijken. En dag waarop de ogen elders op gericht zijn, het blauw dat de zon overmand, het geel dat doet verwelken en het rood dat ene M. ooit als uitgangspunt heeft genomen. En waar dit alles toe zal gaan leiden?!

Ik was in Rotterdam, kwam daar Joost (die het mag weten) tegen en besloot op zijn unieke wijze met mijn woorden aan de loop te gaan. Swarte is zijn achternaam en naast het witte in het vooruitzicht: wij delen iets wat een ander misschien is ontgaan. 72 jaar en daardoor van 1947!

Paul en het zonnetje (dan wel in…)

Vilein. Dat is het eerste woord dat in mij opkomt, wanneer ik gedichten van Paul Roelofsen tot mij neem. En wanneer ik deez’ woorden tot u richt, kan het haast niet anders dan dat ik wat gedichten uit zijn hand, door zijn hoofd gegaan en op papier gezet citeer uit zijn jongste bundel ‘EEN BLOEMBED, EEN BLOEDBAD’. De reikwijdte van zijn woorden zijn immers niet te overzien, de gelaagdheid die hij met zijn zinnen naar voren brengt nauwelijks te doorgronden (hoewel dat laatste betrekkelijk is) en wanneer hij de daad bij zijn woord zou voegen, had de man reeds jaren in het gevang komen te verkeren. Een sluipmoordenaar ‘avant la lettre’, een killer van ongekende aard en proporties en gevierd in stad en ommeland. Hoewel dat laatste een interpretatie van mijn kant zou kunnen zijn. Neem nu dit gedicht:
‘Zodra de zon de hoek omslaat / van de mairie / verschijnt de burgemeester op het plein /om rot fruit te verkopen / uit eigen tuin.’

Zo staat het daar op de achterkant van zijn bundel en wanneer dit ook nog eens in witte letters op het rood zichtbaar wordt gemaakt, dan is het bloed dat al zijn woorden gaat doordrenken. Ik vroeg hem om mijn exemplaar te gaan signeren en liet na dit aan de voorkant te laten plaatsvinden, neen ik koos voor die ene lege bladzijde voor de inhoudsopgave. Bijzonder?! Geenszins daar hij de daad voegde bij mijn verzoek. Dan ben ik er voor vandaag nog niet, maak ik gebruik van die andere smaakmakers die hij aan zijn pen wist te ontlokken. Wanneer hij zijn pen probeert, wil hij ook nog weleens verrast worden door zijn eigen woorden. De bescheidenheid die hij tentoon spreidt, is ook nog zo’n ding. Kritisch, het analyseren aan anderen overlatend, inspirerend voor en waarschijnlijk ook nog eens door anderen en met wat zwartgallige humor doordrenkt, spreek hij velen aan. Dat gedichten en navenante bundels slechts kleine oplages kennen…

Ik doe er twee uit zijn recente bundel: Buitenkind :
‘Nee, denken deed ik niet, ik zong /van oze wie ze woze /en van een damespaard een herenpaard / zo helder allemaal
// van denken begreep ik niets //
// ik wist ook niets, niet eens / dat mijn moeder bij het baren schreeuwde / van blijheid minder dan van pijn //
// ik begreep niets, ik wist niet, ik sprong / en was gelukkig / als een dansende koe in de wei’

& Verval:
‘Eindelijk, nu de boel als geolied / in het honderd loopt / – dansende katten op een doorzakkend dak – / aarzel ik niet, geef ik toe / dat mijn streven naar / een vrolijk, fier en vrij leven / met fris een vagijn aan iedere zij / is vervlogen //
// mijn lieve lusten wenen van nee / een vluchtig verval / menen zij / wat ik niet hoop, want / met graagte kijk ik uit naar mijn eind / in een zacht ledikant / dat wel / en in nachtgoed van kant / dat ook / omringd door die katten, nu jankend’

Alhoewel

Natuurlijk sla ik met grote regelmaat de plank mis. En wanneer iemand stelt dat een bepaalde handeling ‘een appeltje en een eitje’ zal zijn, kijk dan niet vreemd op wanneer ik, de gebruiksaanwijzing tot op de letter volgend, alsnog hulptroepen ga oproepen. ‘Help’ is dan niet alleen een codewoord, maar geeft mij ook de mogelijkheid om een dichte deur open te breken. Figuurlijk dan wel want letterlijk zou de ramp niet zijn te overzien. Ik heb nu eenmaal geleerd om niet teveel hooi op mijn vork te nemen maar eenmaal bezig, sta ik soms versteld van het behaalde resultaat. Hoewel dit de laatste tijd maar zelden meer voorkomt.

Het zal wel met ijn leeftijd te maken hebben, edoch koken, dat lukt me vaak aardig. Ik heb er ook geen hekel aan, tenzij… geen boerenkool bij de Lidl (vaak met rode peper), geen rookworst die tot de favorieten is gaan behoren, rijen vol met karren voor de kassa, daan maar op weg naar die andere supermarkt, Deen. Volop boerenkool met wortel en ui, geen peper en om ervoor te zorgen dat de boerenkool zichtbaar, is twee zakken aangeschaft. Voorgekookte piepers die als stamppot worden aanbevolen, de worst die is gerookt en in de aanbieding en zo’n zakje kunstjus omdat er geen jus meer in het kommetje te vinden valt.

Smaakecht, kleurecht, risicoloos vanwege het niet biologische aspect en hemeltergend lekker gezien de weersomstandigheden van vandaag. Terwijl ik de afgelopen week behoorlijk aan mijn trekken ben gekomen (broodje kroket, boerenpannenkoek, patat met een stoofpotje, stimpestamp met spekjes en nog een keur aan andere versnaperingen in het kader van doe eens iets dat lekker is!) gisteren aan een soort van kerrie schotel gewaagd met elementen die de rozijnen dienden te vervangen, zo’n dag als vandaag waarop ik mijn simpele kookkunsten naar voren heb weten te brengen. Als een vorm van genoegdoening, want aan het begin van de week was ik enigszins van de rel. Nu, aan de vooravond van het weekend, begin ik weer een beetje vreugde te ontdekken, hetgeen voor een belangrijk deel te wijten is aan het feit om met Bruno te hebben verkeerd.

En ik kijk met genoegen terug op de beelden die vandaag een glansrol gaan spelen. Niet dat ik verwacht dat dit voor de kijker direct herkenniing gaat oproepen, maar meer om wat dieper op de zaken in te gaan. In die zin dat de mosselen daar zijn gebleven waar zij waren, de kokkels voor een vreemde blik kunnen gaan zorgen en dat andere (in de volksmond scheermessen) ook tot een collectief inzicht zouden kunnen gaan zorgen, alhoewel…

Berijden/reiden

Als je ergens een (eigen) draai aangeeft, loop je de kans om daarop afgerekend te worden. Vertoon je, in bepaalde zin, afwijkend gedrag en committeer je je dus niet aan dat wat in een opdracht verpakt, de anderen wordt voorgehouden. Maar… ik ben nu eenmaal iemand die het vrolijk stemt om geregeld buiten de lijntjes te treden. Als een ‘lunatic’ die niet kan lezen en het gras met zijn voeten treedt. Hij had desnoods ook de mogelijkheid om op zijn handen te gaan lopen. Dat is vandaag de teneur van dit bericht. De opdracht is voor hen die goed zijn in het (be)werken van foto’s om een eigen draai aan die opdracht te gaan geven. Het dient een interieur te zijn, waarbij de maker in dit interieur zijn eigen fantasie tot gestalte weet te brengen. Door een hand op te houden, een pose die doet denken aan de ‘Denker’, door een soft pornografisch element aan het geheel toe te gaan voegen of om, op een zeker moment, een ander in zijn eigen stoel in dat veronderstelde interieur ergens in de voorbije jaren van de vorige eeuw te laten communiceren op een wijze die bepaaldelijk onmogelijk is. Met een mobieltje. De truc is dat niet duidelijk is wat de man aan zijn rechteroor houdt, in dit geval de schilder Kees Verweij, die ik mocht ontmoeten in het Dordtse Museum. Maar dat hij in die pose werd vastgelegd, het zwart-witte wat hem ten deel viel en de kleuren die juist zijn schilderwerken van de wanden liet springen, staat haaks op de persoon die met hem aan het ‘bellen’ is: Bruno. In kleur, waarbij zijn teint opvallend aanwezig is. En dat maakt voor mij deze foto-opdracht weer zo interessant. Natuurlijk zal ik mij gaan indekken omtrent het commentaar wat mij mogelijk te wachten staat, de eenvoud waarmee ik fotografeer staat immers buiten kijf en wat ik leuk vind, kan een ander hooguit gaan vervelen.

Maar dat niet alleen: wij zijn van de weeromstuit in Nederland gebleven. Het uitgestrekte land van Zeeland, de suikerbieten en de wijngaarden gelardeerd met grasgroene akkers, de snelle wegen en de kronkelingen wanneer je die snelle wegen verlaat, de dorpjes die soms zwaar gereformeerd en dan weer bourgondisch katholiek opdoemen, de plekken waar Bruno in die tijd kantoor heeft gehouden, slingerwegen die naar een dijk voeren en door dorpen waarbij slechts tien inwoners de Ramp hebben overleefd, Middelburg met het Zeeuws Museum en de verborgen kamers die door een volgende expositie niet te bezoeken waren om ergens in Bergen op Zoom in een ouderwetse kroeg te belanden, waar stamgasten hun borreltje komen halen en waar een hond de kroegbaas weet te vertederen.

Om maar eens wat straten te benoemen en het feit dat ik mij de laatste tijd schuldig maak aan ‘ongegeneerd te kijken’ doet mij dan weer vreugd terwijl de ander (in dit geval Bruno) zich voor mijn gedrag niet schaamt. Dat krijg je wanneer je al tijden lang met enige onregelmaat met elkaar op pad gaat. Dat krijg je ook door de verrassingen die hij mij weet te berijden: het Zeeuwse trekpaard dat van origine Belgisch is… Het had echter ook bereiden kunnen zijn: dat deed die speciale keuken in Bergen op Zoom!

Alles III

Grappig niet?!

En dan die andere dag. Een soort van ‘wordt vervolgd’ waar ooit Han Peekel furore mee heeft gemaakt. Stripverhalen in duplo, mini formaat als Kapitein Rob, uit de hand gelopen Maxi’s waar ik niet direct een voorbeeld van weet te bedenken dan hooguit het krantenformaat uit het verleden. Ook dat is achterhaald, gelijk ook deze dag zich wederom ten einde spoedt. Wanneer de haastige spoed dan ook nog een duit in het zakje probeert te doen, de derde daagse koorts door de Malariamug verwekt ter bestrijding van Syfillis en ook de medicijnfabrikanten er rekening mee moeten gaan houden dat de peperdure pillen ook op een andere manier te bereiden zijn, koorts wordt bestreden door met antibiotica infecties te lijf te gaan, het verplegend personeel er alles aan gelegen is om een overeenkomstige CAO voor elkaar te krijgen, en wijlen Lubbers wordt verweten om de benodigde gelden voor dat welvaartsvaste pensioen het ABP niet heeft doen toekomen, dan raken niet alleen de rapen gaar, maar zal die man die leider is van een groep welwillende lieden proberen om die multinationals geen oor aan te naaien. Gelijk ook Vincent een deel van het geheel heeft afgestaan. Zo blijf ik gelijk een eekhoorn van de hak op de tak springen, leidt niet iedere weg naar Rome en laten appels zich in diverse soorten onderscheiden van de pruimen in het verschiet. En wanneer Lidl voor de achtste keer een belangrijke prijs heeft gewonnen, dan ga ik over tot mijn orde van de dag, waardoor die achtste dag, waar ik eerder melding van heb gemaakt, toch tot wat geluk heeft kunnen leiden!

Alles II

Vandaag vertoef ik elders. Begeef mij naar het buitenland wat ooit deel van de Nederlanden uit heeft gemaakt. Het heeft veel weg van een verkering waar je aan de ene kant met een zekere voldoening op terugkijkt, aan de andere kant de uitdaging om weer nieuwe werelden te gaan ontdekken. Hoewel dat met die werelden veelal niet meer is dan wat gehuchten, dorpen dan wel verscholen kloosters eigen te gaan maken. Want wat geweest is is geweest. Waardoor de nodige platitudes aan mijn zijde te vinden zijn. Neen, ik verwacht niet dat iemand mij van repliek gaat dienen, hooguit een simpel schouderophalen volstaat in de regel. Ik dien mijn geest nu eenmaal van dienste te zijn en wanneer mijn geest het af laat weten, zullen anderen voorzieningen gaan treffen. Want er bruist van alles door mijn kop: van Opa B(r)uiswater tot NINA (door de W.O.L. geverfd) en Frederik met hun zangkunsten, het breekijzer wat ooit STORM achtig over de beeldbuis werd gejaagd, Ruud Storms die ooit leerling is geweest op Duin & Bosch. ‘Alles verandert, en niets staat stil.’ Een variant die iets vertelt omtrent de wijze waarop ik mijn leven baseer.

Maar om daar nu een heel betoog van te gaan maken: dat is wat teveel gevraagd, terwijl de plaatjes ook geen duidelijkheid zullen gaan verschaffen: zoals zoveel in het leven slaat ook dit nergens op.

Alles I…

‘ALLES MOET VERANDEREN, OPDAT ALLES HETZELFDE BLIJFT.’ Laat ik daar eens mee aan de haal gaan. Allereerst dien ik paal en perk te stellen aan de berichten die ik voor jelui in petto heb. Ten tweede kan het niet zo zijn dat ik met jullie gedachten aan de loop ga. Ten derde dien ik een overvloed aan voorbeelden ter beschikking te stellen. Ten vierde kijk ik niet om, maar meer vooruit. Ten vijfde dient de hand gevuld te blijven, opdat ik geregeld met die hand goed kan blijven doen. Ten zesde blijft het credo in stand: ‘wie goed doet, goed ontmoet.’ Ten zevende: ook God had die dagen nodig om zijn paradijs op aarde gestalte te kunnen geven. En wanneer er een achtste dag zou bestaan, dan zou eenieder achterovervallen van geluk. Om nu negen en tien ook nog van enige inhoud te voorzien, dat is het raadsel wat in de schoot der toekomst verscholen ligt. En daar ik niet in het bezit ben van een dusdanige schoot, laat staan dat ik een Bar-b-que schort tot mijn beschikking heb, hoef ik geen mes te slijpen… en de vraag of er leven is op Pluto, dan wel dat je op de maan kunt dansen, die vraag dient gesteld te worden aan het Goede doel.

Want aan Goede doelen gaat de mensheid uiteindelijk ten onder. Zo de kop is er af, maak je op voor de nodige flauwekul en wanneer je weet dat ik reeds jaren in de verlenging van mijn leven zit… Vandaag een bezoek gebracht aan de cardioloog die mij jaren geleden van die klapkast heeft voorzien. Mijn derde alweer en wanneer ik zo vrij ben om mij iedere dag met een zonsopgang te mogen prijzen, hoor je mij niet klagen. Hooguit wanneer ik die alarmpoortjes in de Lidl passeer en het geluid en het rood mij te wachten staat. Tot op heden nog niet aangehouden en het heeft er veel van dat…

Die dag van verandering terwijl het gelijktijdig ook weer veel van hetzelfde is. Belgische bieren, de knabbelnootjes en voor het gemak veelvuldig ouwehoeren. Dat houdt niet alleen de vaart erin, maar zo krijg ik ook weer de kans om het leven van een andere zijde te aanschouwen. Want klagen zit nu eenmaal ook in mijn bloed, wat te zeiken doe ik op de plee en wanneer mijn kletterende straal mijn blaas ontlast, is het niet alleen voldoening maar ook een grote mate van opluchting. Om maar eens wat banaals naar voren te brengen.

Gouden gevels.

KIJKEN! Veelal op ooghoogte, soms vanuit een kikkerperspectief, zittend dan wel staand en wanneer een ladder ter beschikking staat, een aantal treden daarboven. Of vanuit een grote hoogte, een toren desnoods, een klim naar de hemel dan wel een man in een torenkraan. Maar daar kom je niet eens in de buurt vanwege de veiligheidsvoorschriften. Dus doe ik het maar simpelweg op straat, met beide benen op de grond en richt mijn kijker simpelweg omhoog. Zoom wat in en ben verbaasd wanneer het resultaat iets weergeeft van… ja van wat eigenlijk.

Neem nu grachtenpanden. Kijk naar de gevels en veronderstel dat in de tijd dat die gevels werden opgetrokken nog niemand had gehoord van een ‘welstandscommissie.’ Nu weet ik niet goed wat de adviezen van zo’n welstandscommissie zouden kunnen inhouden, de rooilijn die in Nederland bepalend is en in Belgie een eigen lijn bepaald, rommelig, aan de straat voorzien van een heg om niet veel later een landgoed door hekken omgeven op honderden meters van diezelfde straat te ontwaren. En ook dat heeft wel wat, waar rechtlijnig denken veelal een standaard is geworden, kijk ook eens naar de verkaveling in menig polder, trekt mij het meeste iets dat meandert. Een eigen pad heeft gebaand, zich van geen grens iets aantrekt en stomweg gebruik maakt van dat wat de natuur in petto heeft. Niet iedereen zal daar blij van worden, menigeen heeft goed de schijt in wanneer machines niet in staat zijn om werk uit handen te nemen en waar het trappelend niet gebruikt wordt, is het de boer die daarmee wordt opgezadeld. Om maar eens wat voorbeelden naar voren te brengen.

Vandaag vieren wat gevels de boventoon, met een enkele pui. Simpelweg omdat wij gisteravond uit eten zijn geweest: bij Wolf op de Mient (van harte aan te bevelen!) En wanneer ik buiten aan mijn shaggie lurk valt mijn blik simpelweg omhoog. Denk aan Sammy, die een kop op song heeft gezongen (Ramses Shaffy was de vader van dit lied, waarbij ook regen een rol heeft gespeeld.) Maar dat deert Sammy niet, gelijk de wind was gaan liggen en de ondergaande zon garant stond voor een gouden gloed. Waardoor de gevels een eigen verhaal zijn gaan schrijven!

Het bos in sturen: HERFST

KIJK! Dat zit wel snor… herfst met nazomerse temperaturen. Een strakblauwe lucht en een wind die verkoeling brengt. Mensen nog steeds zomers gekleed, een strak T-shirt waardoor de tattoos opvallend de gesperde armen doen opvallen, iemand die van de weeromstuit toch de verkeerde jas heeft aangetrokken en de korte broeken die ervoor zorgen dat het bruin van een afgelopen vakantie zichtbaar is voor de voorbijganger, zich van niets bewust en gehaast het hazenpad kiest. En dat alles gelardeerd door mensen die duidelijk zichtbaar hun extra gewicht door uitpuilende buiken naar voren laten komen.


Zaterdag: karrenvrachten met goederen verlaten de verschillende supermarkten en omdat beloofd is dat wij allen meer van de economische voorspoed zullen gaan merken, toch maar die twee Bossche bollen bovenop de groenten gezet. Want eenmaal in zo’n winkel is niet alleen de verleiding groot, de chips zijn deze week nog in de aanbieding, de zoutjes en het bier wat weer best is om eens wat anders te gaan proberen, een bloemetje om de makkes van een week af te kopen en dan toch nog maar een kroketje scoren bij de plaatselijke snackbar, een milkshake voor de broodnodige suikers en de zuivel, want wie is niet opgegroeid met de kreet: ‘Melk moet, want Melk doet je goed.’ Waar ooit een M-brigadier niet goed voor is geweest…

De paddenstoelen in de aanbieding, de pompoenen die wachten om in stukken gehakt in de soep tot pulp te worden omgebracht, een eenvoudige staafmixer die dit voor elkaar krijgt en de verse maaltijden die in de aanbieding zijn. ‘s Nachts verwekt en ‘s avonds op de tafel gezet. Ook een manier om minder CO2 uit te gaan stoten. Het klimaat heeft het al ernstig genoeg. En waar gesproken wordt om ettelijke miljarden in een volgend potje te gaan stoppen, maken de pensioenfondsen zich op om de korting te gaan minimaliseren. Te denken geeft dat het ABP tot nu toe 50.000.000.000 bij elkaar heeft weten te sprokkelen. Maar het gaat om NU, het gaat met een oog gericht op de toekomst en het gaat om eenieders welzijn in de toekomst van welvaart te blijven voorzien.

Terwijl het eigenlijk geen pas geeft dat een werknemer van rond de 21 baalt van het feit dat hij lang niet zoveel verdient als dat hem feitelijk zou moeten toekomen. Wanneer voor een kamer in Amsterdam van 30 m2 800 euro wordt gevraagd, zijn toelages gestopt zijn en zijn ouders het idee hebben dat hij nu maar eens op eigen benen dient te gaan staan, tja dan wordt het leven niet alleen heel erg pijnlijk maar zal hij ook zijn keuzes moeten gaan heroverwegen. En waar schraalhans als keukenmeester regeert, is Jamie Oliver niet in staat om hem te wijzen op het gegeven dat je met weinig toch aan je verantwoorde voedingsmiddelen kunt komen. Het belang van het een gaat geregeld ten koste van het ander. En waar het verstandig kan zijn om eerst een gids te kopen omtrent de paddenstoelen in het bos die niet giftig zijn, kan een onverwachte ziekenhuisopname ervoor zorgen dat niet alleen de hulptroepen arriveren, maar ook dat voor een dag of wat je maaltijd wordt opgediend!

Scroll Up