Jaar: 2012

iet ,WIET, waait in rook weg!

Soms loop ik op de zaken vooruit en kijk ik geregeld een koe in haar kont. Ik houd me verre van een stier, want onder dit beeld ga ik reeds een leven lang gebukt. En dat valt niet mee! Dat gebukt gaan bedoel ik dan. Het geeft nu eenmaal geen pas dat, wanneer ik ook behoor tot de categorie Homo Erectus, ik gebukt op een aantal onder- en bovendanen mijn weg weet te vervolgen. Stel ik me voor. Nu stel ik me wel vaker zaken voor. Waarmee ik dan weer anderen lastig val. Hetgeen dan, wederom, geen pas geeft. Laat staan dat ik me aan die pas aanpas…
Het doet het weer. En waar Marlies in een duidelijke omschrijving aangeeft waarom het gisteren niet mogelijk was om mijn continuum te vervolgen, KPN laat ook wel eens een steek je vallen, hoewel het anderszins pretendeert, zal het vandaag uitdraaien op een dubbel onzinnig schrijven. Laat ik het dichtwerk voor wat het is (dicht werk) en laat ik voorlopig open waar deze regels nu weer op uitdraaien, gelijk de wasmachine toeren maakt en de droger daar niet voor onder doet. Tenminste, voor dit moment. Zaken gaan nu eenmaal voor het meisje en wie het weekend niet eert, is de rust niet weert. Rust hetgeen doet denken aan een pauzenummer. In zekere zin is dit ook zo. Een weekend voorafgaand aan het moment waarop de mens zich opmaakt voor een, mogelijke, prettige jaarwisseling. Waar 2000 nog enigszins verbleekt voor de geest staat, Gerrit in staat bleek de Zalm voortijdig uit te roken, de gulden voortijdig voor de euro is ingewisseld en het overgebleven wisselgeld in het Zuiden van Europa te gelde is gemaakt, die knaak is verdwenen gelijk de rook is opgetrokken, voor ettelijke miljoenen straks weer de lucht wordt ingeschoten, er voor ruim 12 miljoen geld is opgehaald in Enschede, van Swieten zich opmaakt in Single voor zijn oudejaars conference, hetgeen mij door de taalkundige vondsten bij voortduring weet te verbazen, artsen zich opmaken voor een nieuw robbertje met de zorgverzekeraars, de overheid met grote handen gaat graaien in de diverse spaarpotten die het suikergoed doet veranderen in steengoed, hetgeen de huizenmarkt dan weer niet ten goede komt, Mohammedanen zich neerleggen bij de Kerstdagen die reeds achter de rug zijn (‘waarom hebben wij vrij, wij hebben toch niets met dat kindeke…”!’) het geloof, de hoop en de liefde via de lippen van de Majesteit en alles wat dies meer zij (nu weet ik niet wat er nog meer dient te zijn, maar dat terzijde).
Zo’n dag. Een dag waarop de zon schijnt, een dag die doet denken aan het voorjaar, een dag die bijna doet besluiten de winterjas even terzijde te leggen. Het moment waarop in de lucht springen een vorm van uitlaat kan zijn, welke de aflaat laat verbleken. Waarop ik, tot ‘leringhe ende vermaeck’, me opwerp de dagelijkse beslommeringen de hoek in te slingeren, de deugden in te ruilen voor de ondeugden en de deugtniet uit te gaan hangen. Onder de noemer: wat kan het mij bommen. Want bommen zijn het. De knallen die ervoor zorgen dat de kwade geesten van het bijna afgelopen jaar maken dat ze wegkomen. We ons gaan opmaken voor wat Ascher nog meer voor ons in het verschiet heeft. Nog meer bezuinigen. Nog minder meer over de balk gaan gooien. Het calvinisme weer de gelegenheid biedt hoogtij te gaan vieren. En dat iets van Europa samen te gaan delen. Een verenigd iets, waarbij de illusie van een verenigd niets zich schrijlings uit de voeten maakt. Door de knallen waarmee deze laatste dagen gepaard gaan. Want gepaard gaan ze: iet, wiet, waait in rook weg!