1818: smullen maar!

Ik ontkom er niet aan! Bespeur bij mezelf dat ik er ook niet aan wil ontkomen. Het heeft namelijk iets van een obsessie en op zich zijn obsessies niet verkeerd. Zo lang ze maar hanteerbaar blijven. En daar is in mijn geval wel degelijk sprake van. Hanteerbaar. In die zin dat ik er wel goed mee uit de voeten kan maar dat dit, mogelijk in de ogen van een ander, van een andere waarde kan worden voorzien. Met die waarden loop ik dan ook regelmatig te stoeien. En dat houd, wat mij betreft, de sjeu d’rin! Waarden plus oordeel hetgeen resulteert in een waardeoordeel. De reden van dit betoog” Een brief van de gemeente Alkmaar. Omtrent een aanvraag voor schuldregeling. Een schuldenaar die een schuldregelingsovereenkomst heeft afgesloten. En dat heeft mij enigszins verbaasd. Want waar wij al waren uitgegaan van het plukken van een kale kip, in dit geval een haan laat staan een kikker die zijn veren heeft verloren, blijkt nu het tegendeel. En dat is, in de huidige tijd ietwat verwonderlijk. Dan blijkt dat het boek dat ik voor gesloten hield, opeens weer open gaat. Met allerlei gevolgen van dien. Want dan wordt de vraag omtrent het ‘alles’ weer bijzonder actueel. Juist in een tijd dat de verzoeken tot schuldsanering en ontruimingen aan de orde van de dag zijn. Dat de van overheidswege aangestelde hulptroepen zich over de geldelijke puinhoop van anderen buigen en de couranten met steeds verontrustender berichten de actualiteit van alledag naar voren brengen. Ontruimingen, deurwaarders en openbare verkopen als het ware aan de orde van de dag zijn. En mensen dienen rond te komen van een schamele vijftig euro in de week…
Goed dat ik gisteravond voor de derde keer in mijn veertigjarig jubileum van de postzegelclub Alkmaar mij naar het Clusius-college begaf. Want waar ik ooit de suggestie heb gedaan om een ‘vijf minuten praatje’ te willen geven gaf de voorzitter Stef mij de volgende overweging mee: april of mei”! En ik besloot om voor april te gaan. Niet zozeer om mij aldaar wat meer te gaan ‘profileren’, maar meer vanwege het weer eens wat anders te gaan doen. Ook een beetje om te kijken of ik het nog kan, of ik het nog een beetje ‘in me heb.’ Wanner de vraag naar voren komt omtrent dat wat ik misschien nog in me heb, doel ik op het werk dat ik de afgelopen jaren als werk heb gezien. Lesgeven op een eigen wijze. Hetgeen mij niet altijd in dank werd afgenomen. Maar ook dat is inherent aan een docent. En mijn docentschap… nog niet helemaal aan de wilgen gehangen. Waarmee ik voor vandaag besluit. De snijbonen roepen, de uien gillen, de knoflook ligt klaar en wanneer dit geheel wordt opgeluisterd met biologisch gehakt, met verantwoorde macaroni is het simpelweg… smullen maar!