1802: slinkse wegen

Vaak zijn het slinkse wegen, waar ik me op begeef. Niet altijd in de meest letterlijke zin, hoewel dat ook wel voorkomt, maar voor het overgrote deel in de meest figuurlijke vorm. Waarbij een bepaalde mate van abstractie mijn voorkeur geniet. Het is dan ook niet zonder enige betekenis dat wikswegen en straks ook wiksblik hierdoor een bijzondere vorm van toepassing door hebben gekregen. Ik onderneem een poging om de chaos op dit typetafeltje wat meer te ordenen. Kom dan velerlei schrijfseltjes tegen, die mij in staat hebben gesteld om mijn gedachten naar wikswegen als een ware wegbereider voor te bereiden. De variabelen geven dan iets weer van de wegen die mijn gedachten bewandeld hebben. De paden die werden ingeruild door geplaveide lanen, de eindeloze wegen die mij ooit in Amerika inspireerden, de verdwaalde praatpaal die zich nog her en der voordoet, de routeborden die schuilgaan achter overhangend groen, de gemiste afslagen en de terugkeer naar een eerder uitgangspunt. Het Quo Vadis wat een ondergeschikte rol kreeg toebedeeld, het dwaalspoor waar ik menigeen op heb mogen tracteren. De parels die de zwijnen met een hooghartige rug hebben gelaten voor wat deze zijn: parels die niet in aanmerking komen om tot een ketting te worden verheven. De vruchten die soms wat wrang uitpakten, de obligate uitspraken waar ik een ander deelgenoot van heb willen maken, het subjectieve van mijn belevenissen en de objectiviteit die regelmatig ver te zoeken was. Niet dat ik daar niet van genoten heb, de vraag wie ik vooral met deze flauwekul probeerde te dienen daar gelaten. De obsessie die een rol speelt, de kansen die ik voorbij heb laten gaan en de mogelijkheden die ik heb laten passeren. En dat geheel leidt dan weer tot de ontdekking dat ik nu, ruim 1700 dagen later, mezelf wederom terugvind achter dit toetsenbord. En het nog steeds verdomde leuk vind om op deze manier iets van mij te laten zien en wat minder van mij te laten horen.


IMG_0336 (1)
Misschien schuilt in mij toch wel ergens een verkapte cultuurbarbaar, in die zin dat ik mij niet verslinger aan de klassieke stijlen die een belangrijk deel van het geheel uit kunnen maken. Neen, ik geef liever de voorkeur aan het afwijkende, het niet direct erkende dan wel de ontoegankelijkheid die een ander van toepassing heeft weten te maken. Het onbegrijpelijke. Het absurdisme. Het met gefronste wenkbrauwen en samengeknepen billen aanschouwen van werk dat nog een plek dient te veroveren. Waar nog geen tonnen, laat staan miljoenen mee gemoeid zijn. Waar die plek nog voor veroverd moet worden. En waar de meute nog geen oog voor heeft, geen pretentie aan verbindt, laat staan dat die meute zich hierop voor laat staan. Waar oogkleppen het totaal weten te beperken, waar onafhankelijkheid de maalstroom van de dagelijkse beslommeringen doorbreekt en waar het piepen van een muis de kat tot rare sprongen dwingt. Nu realiseer ik mij ter dege, dat de strijd om het naakte bestaan haaks staat op de overtuiging om door een zeker kunstenaarschap je inspiraties en de aspiraties op dat andere plan te brengen, dat een zekere samenloop daar een belangrijke rol in kan spelen, maar dat neemt niet weg dat door het schieten die mogelijkheid zich spontaan zou kunnen voordoen. Voor zover daar een uitspraak over te doen valt. En die uitspraak is dan weer van een totaal ander kaliber dan menigeen zich voorstelt. Dat ik die mogelijkheid overweeg, behoeft geen twijfel! Dat ik daar, op mijn termijn, aanvulling aan geef, de overdenking. En in het overdenken ben ik goed. Dat ik daar de input van anderen bij nodig heb…