14 billekes


iGer.nl
Neem nu gras. Gewoon gras met een diepgang. Of gras met een hoogtepunt. Twee kontjes hoog bijvoorbeeld. Het liefst ook nog groen. Want paars gras kan hooguit door een kunstenaar tevoorschijn worden getoverd. Op zich niet verkeerd, maar roept dan toch wel weer vragen op. Want ergens klopt er dan iets niet. Gelijk die veertien billekes. Een kastelein in België stel ik me dan voor. Ogenschijnlijk een kroeg. Met een tap. Met een wat gedateerde uitstraling. Gordijnen die een belangrijk deel van het interieur weten te verbergen. Bij binnenkomst vallen de tierelantijnen direct op. De pluchen kleedjes op de tafel, een verlepte bloem in een eenvoudig glas, wat heren voor de tap. Een tweetal deuren die het een en ander doen vermoeden. Grote, ruim bewerkte deuren. Met bloemenslingers in het hout, wat engelen die op de deuren prijken en licht wat aan en uit gaat. Neonlicht. Zoals ook buiten te zien viel. Een knipperende lichtslang die het een en ander doet vermoeden. Door de tekst. ‘De veertien billekes.’ Reeds van verre zichtbaar.
Een biertje. Daar begint de eerste horde. De vraag welk bier getapt kan worden, roept bij mij vraagtekens op. Van de vele soorten ken ik slechts een enkele. Westmalle. ‘Triple”‘, is de vraag. ‘Maar ik schenk U net zo lief een Leffe in. Een Duvel desnoods. Dan krijg je veel voor relatief weinig.’  Ik heb niet door dat hij hiermee het alcoholpercentage voor ogen heeft. Ik laat het aan de kroegbaas over. De veertien billekes. Een wat merkwaardige naam voor een kroeg. Het is ook een kroeg. Door de week. Maar in het weekend is daar de verandering. Dan gaan die deuren wijd open. Wordt de glanzende dansvloer zichtbaar. Gaat het orgel, geheel als een juke box, achter glas aan de loop. Beginnen de trommels te slaan. Komen de pijpen tot een weldadig geluid. En gaan de beide accordeons op automatisch. Worden heen en weer bewogen. En gaan de beentjes van de vloer. Wordt er gedanst. En komen zij tevoorschijn, als de openingstune klinkt. De zeven dochters van de kastelein. De naamgevers van zijn kroeg. En tonen zij, bescheiden en heel decent, hun achterwerk. Onder keurig lange rokken. Waar in Parijs en met name de Moulin Rouge zich onstuimig op de Can Can wierp, klinkt hier het volgende, eenvoudige wijsje. ‘Met jou wilikes, wilikes, met jou wilikes, wilikes, naar de veertien billekes. En zo gezegd, werd er toen ooit zo gedaan.
In een geheel andere tijd. Want het kennismaken wat ik ooit met die kroeg/dancing deed, is van vele tientallen jaren geleden. Ik denk zo in 1971/1972. Toen ik op pad was met Kees Duvekot. In zijn Citroën Ami. Wij door Brabant en een stukje België toerden. En hij mij de weg wees. Naar dat café. Die kroeg. Die dancing. Ik mijn verbazing niet onder stoelen en banken stak. Hooguit er spijt van heb daar niet een weekend te hebben mogen doorbrengen. Juist om ‘life’ getuige te kunnen zijn van het beeld wat ik nu slechts kan schetsen. Het me vandaag weer bewust werd. Daar dit verhaal aan weet te koppelen. En even een vleug van verlangen ontdekte. Met wat weemoed desnoods. Naar de tijd toen. Met een grote mate van onbevangenheid. Ik anders in de wereld stond.


iGer.nl
Als in een web van verlangen, gevangen in een vorm van zijn, bewust van zijn desnoods. Ik mijn dromen van toen, nog steeds weet te vangen. Mijn eigen droomvanger ben.
Als een spin…

STIL VERDRIET

In sluiers gevangen

nacht

een schreeuw

veracht het

achteloos gebaar

waarin

sluiers

der gevangen

gedachten

zingen, kreten

kus mij dan

raak mij ‘an

vergeef mij

wacht

te lang

vergeten zinnen

in een vergeven

nacht

raak ik gevangen

in

sluiers

van

verlangen.


iGer.nl
Weemoed en nostalgie. Het verschilt niet zoveel. Een melancholische thuiskomst zou op zijn plaats zijn. Ook al gaat dat misschien wat ver.