08-08-08/08-08-12

Woensdag, 08-08-’12.
De hemel zij geprezen! In die zin dat ik, op dit moment, een voorschot neem op de toekomst. Als het ware die heenblik op termijn straks vergezeld laat gaan van de voorspelbare terugblik. Het kan haast niet anders dan dat ook het verhaal van Mosje ten einde spoed. Nog een drietal bladzijden rest ons. En ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat ook ik weer nieuwsgierig ben naar het eind. Niet zozeer naar het refrein, maar meer wat de snoodaard Roger van de Velde met ons wenst te delen…
Geen antwoord. Ik zat schaamteloos zijn sigaretten te roken, ik kon hem blijkbaar niet eens aan het verstand brengen dat hij een fidele kerel was, en onderwijl zat ik naar een loens middel te zoeken om hem die paardedeken, die hem waarschijnlijk zeer na aan het hart lag, afhandig te maken. Ik had plotseling een diepe afkeer van mezelf en daarenboven was mijn vocabularium uitgeput. Even dacht ik nog aan latijn maar ik kon mij moeilijk voorstellen dat een jood zonder benul van Engels en Duits wel vertrouwd zou zijn met de voertaal van het Vatikaan. Voorzichtig wees ik naar zijn paardedeken en trachtte met een waarderende grimas te kennen te geven dat ik het een mooi stuk textiel vond. ‘Hevel havolim, kuloj hevel’, zei hij.
Het waren zijn eerste woorden en zij klonken in mijn oren even ondoorgrondelijk als een kabbalistisch anagram uit een rol van de Thora. Was het een vriendschapsbetuiging” Was het een verwensing” Of deelde hij mij mede dat het mooi weer was” Het kon mij ineens geen barst meer schelen. Ik stak de overblijvende sigaretten demonstratief op zak alsof het een geschenk van goud en myrrhe was, maakte een hoofse buiging zoals een die zijn wereld kent, en liet hem in al zijn ondoorgrondelijkheid zitten. Het was mogelijk dat ik hem met dit overijld afscheid diep beledigde, maar niemand kon van mij verlangen dat ik hem met Arabische sluwheid zijn paardedeken zou ontfutselen. Het was al erg genoeg dat ik hem, tegen zijn zin, van zijn onrookbare filtersigaretten beroofde. Met de handen in de zakken wandelde ik langs de bewaker en zei langs mijn neus weg: ‘Hevel havolim, kuloj hevel, en knap uw schurftige zaakjes zelf maar op.’
Het was 08-08-’08 dat ex-collega Barth Koster een operatie moest ondergaan. Een operatie die hem toen bijna het leven heeft gekost. Dankzij de oplettendheid van Christien kroop Barth toen door het oog van de naald. Het zorgde toen ook voor een tijdelijke band. Tussen hem en mij. Zo zoetjesaan is ook die band aan het verbreken. Gelijk dit wel vaker gebeurt in een mensenleven. Laat ik daarom maar besluiten om ook het verhaal van Mosje naar morgen uit te stellen. Opdat in zekere zin beladen dagen, weer simpelweg op zoek gaan in vergetelheid…