Verzet van zinnen

Door 23 februari 2010

De vraag op zich is voorspelbaar, het antwoord laat zich raden. Zwijgen zou een optie kunnen zijn, ware het niet dat een vorm van onbeleefdheid dan een rol kan gaan spelen.

De vraag uit de weg komt niet ‘im Frage’. En zo blijft het een wat heen en weer gedobber. Het dode tij tussen eb en vloed, een omslagpunt wat een bedenkelijke rol speelt in dit geheel.

Nochtans liggen alle variabelen open voor zover deze open kunnen liggen. Want ik weet eigenlijk niet of variabelen open kunnen liggen. Van zenuwen is dit wel bekend. Of deze met eerder genoemde variabelen te vergelijken zijn?!

Het is dan ook een wat bijzonder schrijven wat ik onderweg tegen kwam. Ik dwaalde wat rond in Schoorl. Of was het in de buurt van Groet?! Zo ergens en daar dan weer halverwege, een molen op steenworp afstand, de duinen schraal en een den die zijn naalden in een wit tapijt weeft. Voetstappen gedempt in dit tapijt, en zelfs een digitaal toestel past zijn klik aan. Er is zelfs sprake van een gepast zwijgen in vogeltaal. Hooguit het ruisen van een windvlaag kan deze stilte, voor even, beroeren. Een eerbiedwaardige rust daalt neder op een dodenakker.

En het is juist deze rust die mij aan de hand dreigt te nemen. Voor een tel probeer ik mij te verzetten maar dan geef ik me over aan deze ongekende kracht. Ik laat mij op een blad meevoeren en stijg ‘zachtkens glijdend’ hemelwaarts.? Het gouden zonlicht straalt mij tegemoet en ik kan niet anders dan mij aan deze sensatie overgeven. Vanaf het blad zie ik duin en landerijen overgaan in het geelwitte strand terwijl iets verder golven ongedurig heen en weer gaan springen. Adembenemend. Niet alleen qua uitzicht maar juist de schaamteloosheid van dit moment waar ik mij aan overgeef.

Een hemelse verrukking streelt mij in het gezicht.

De troostende hand van zonlicht dwaalt even over mijn gezicht en ik koester mij in heel mijn zijn. Het laat zich dan ook niet beschrijven terwijl ik midden in deze beleving sta.

Op een dag als vandaag. Op een moment in het nu. Op een stuk in mijn zijn. Als het moment voor mijn vallen. Terwijl ik nog bezig ben met op te staan, weet ik dat ook dat moment mij te wachten staat. En dat geeft lucht aan mijn vertwijfeling. Ruimte aan de engte die mij wacht. De val van Icarus in het groot op mijn blad en het laat zich nu door mij beschrijven. Ik zie de handen naar mij reiken en weet dat ik op een wolk verkeer. Een groene wolk weliswaar, maar toch?

Hoor ik daar stemmen. Roepen zij of zetten zij een koorzang in? Een klankkast valt in het niet en ik wacht af. Alsof ik eeuwig de tijd heb. En deze tijd mag nemen. Omdat juist mij deze tijd toekomt. En dat niets te maken heeft met mijn eigen ego?sme. Want ik ben sterfelijk onsterfelijk. Ik ben in mijn zijn. Als een kuiken in de dop. Als een mol in een hoop. Als een rups in mijn cocon. Want ik verkeer!

In de Twilight zone!

DWARRELING

Mijn blik waart

rond mij

staan de opgeheven

vingers

der vertwijfeling

sla ik mijn handen

voor mijn ogen

kijk

door spleten naar

de tombes,

zerken in dit

bos der

verwording

een worm

kruist mijn pad

op weg naar weer

een ander

lichaam dat

rust

de stilte dwaalt

uit de toppen der

bomen neder, in

eeuwig bewegen

het blad

raakt los

dwarrelt

op mijn pad.

Geen inspiratie maar gewoon een verhaal waarin ik JU uitnodig om de schetsen te kleuren en de plaat te poetsen!

Wie goed doet, goed? Maak er weer een gezellige dag van!

P.s.: wat zich een jaar geleden voordeed laat zich een jaar later vertwijfeld herhalen. Maar dat is eigenlijk om het even!

Dit bericht was geplaatst op dinsdag, 23 februari 2010 om 00:15 en opgeslagen in Overigen. Je kunt reacties op deze vermelding volgen via RSS 2.0 feed. Je kunt een reactie achterlaten, of trackback vanaf je eigen site.

4 Antwoorden op “Verzet van zinnen”

  1. Trudy Schreef:

    Ach heerlijke romanticus!
    Als je Zo kijkt mag Alles een Wonder heten!

    Die stralen zijn Liefde
    En komen van jou
    Zodat wij ze kunnen plukken, proeven en voelen

  2. Trudy Schreef:

    Kan verdikke 6 januari wel… Maar 23 februari niet terugvinden..

  3. Trudy Schreef:

    Naar WIK op 6 januari…2009

    “Zorgverlener die zorg behoeft..
    Onbehoorlijk?
    Ja.. zo voelt dat wel enigszins

    Het zijn ook bekend de meest lastige zorgbehoeftigen ..
    Omdat ze weten wat er meer kan
    En dat ook eisen
    De meerwaarde van het persoon-zijn daarin dan nog willen bevestigen.
    Zorgverlener zijn
    Is niet over willen geven
    De regie in handen willen houden
    Een beetje betweterig
    In zorgontvangen
    De boosheid en onmacht daarin wat proberen te vangen

    Spot is een gelijke angst
    Het Zwarte Gat
    Een einde
    Of toch een uitweg naar licht?
    Verlichting?
    Lichter in overdenkingen, wellicht?

    De laatste mens
    De laatste mens raakt stil verloren
    In de schemer van zijn geest,
    Aan zichzelf uitverkoren
    Leest hij enkel eigen werk.
    Hij noemt zich dier en ding,
    Een vergrijp dat hem belaagt.
    Maar onooglijk is die daad
    De ontkenning ongezien.
    In het ding als n verbonden
    zijn dier en mens vergaan,
    warm genietend van hun zonden
    die voor zegening doorgaan.

    Zo is de mens van ons vergleden
    en het dier niet langer daar,
    maar onverschilligheid beleden
    is niet helemaal onwaar.
    Want de dagen leefden ons
    En stuurden in t vooruit;
    Wij konden niet veel anders
    Dan onszelf overleven.
    Overleven moeten wij,
    t Is een moeiteloze klus.
    De laatste dag zal ons vervelen
    als een eindeloos refrein,
    maar dat kan ons echt niets schelen:
    als we maar gelukkig zijn.”

    Pas ook wel bij vandaag…

  4. Trudy Schreef:

    Naar WIK op 6 januari…2009

    “Zorgverlener die zorg behoeft..
    Onbehoorlijk?
    Ja.. zo voelt dat wel enigszins

    Het zijn ook bekend de meest lastige zorgbehoeftigen ..
    Omdat ze weten wat er meer kan
    En dat ook eisen
    De meerwaarde van het persoon zijn daarin dan nog willen bevestigen.
    Zorgverlener zijn
    Is niet over willen geven
    De regie in handen willen houden
    Een beetje betweterig
    In zorgontvangen
    De boosheid en onmacht daarin wat proberen te vangen

    Spot is een gelijke angst
    Het Zwarte Gat
    Een einde
    Of toch een uitweg naar licht?
    Verlichting?
    Lichter in overdenkingen, wellicht?

    De laatste mens
    De laatste mens raakt stil verloren
    In de schemer van zijn geest,
    Aan zichzelf uitverkoren
    Leest hij enkel eigen werk.
    Hij noemt zich dier en ding,
    Een vergrijp dat hem belaagt.
    Maar onooglijk is die daad
    De ontkenning ongezien.
    In het ding als n verbonden
    zijn dier en mens vergaan,
    warm genietend van hun zonden
    die voor zegening doorgaan.

    Zo is de mens van ons vergleden
    en het dier niet langer daar,
    maar onverschilligheid beleden
    is niet helemaal onwaar.
    Want de dagen leefden ons
    En stuurden in t vooruit;
    Wij konden niet veel anders
    Dan onszelf overleven.
    Overleven moeten wij,
    t Is een moeiteloze klus.
    De laatste dag zal ons vervelen
    als een eindeloos refrein,
    maar dat kan ons echt niets schelen:
    als we maar gelukkig zijn.”

    Past ook wel bij vandaag…

Laat een reactie achter

Je moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.