megalomaan
Stukken helen. Kunnen stukken helen?
Zijn dit dan helende stukken? Stellen stukken vragen als zij helen? En als dan stukken helen zijn zij dan alleen of zijn zij dan met velen? Ik zie wel veel maar veelal helen. En als er dan wat stukken zijn…
Langs het kanaal waar Maxx van Connexxion parten en delen in speelt. Een regelmatige busverbinding. Zeker aan het begin van de route, waar geen mens te vinden is. Planmatig wordt op tijd gereden. Het uitzicht trekt, links dan wel rechts aan de passagiers voorbij, alleen…
de chauffeur let op het verkeer en de bus blijft leeg.
Een vertolker van een andere wereld, althans die indruk krijg ik. Vanwaar deze route, waarom deze ronde waar geen kerk te vinden valt. Hoezo een rondje om de kerk…?! Planmatig ligt de route vast, plichtmatig stopt hij ook al staat er niemand te schuilen. Alsof het dorp uitgestorven is.
Straks eet de chauffeur een boterham, tenminste, indien de tijd dit toelaat. Dan eet hij onderweg terwijl hij een slinger aan het stuurwiel geeft en de bekrachtiging het merendeel aan werk van hem overneemt. De diesel maakt een dorps geluid. Ook deze fluistert in het groen wat nu nog te raden valt. Tussen het wit verschijnt een graspol. En even later een verdwaalde fiets. Van de fietser is geen spoor te ontdekken. Park & ride is dan de omgekeerde wereld.
Heel bijzonder om door deze wereld te bewegen.
Omdat het allemaal zo vanzelfsprekend lijkt.
Omdat het een grote mate van voorspelbaarheid in zich bergt.
Omdat ik mij in die wereld begeef. En kijk. En vergelijk.
Omdat mijn wereld zo veranderd is. Ik loop. En train alleen… Laat ik me toch weer verleiden. Omdat die wonderbox zich in mijn zak bevindt. En een gedachte in mij aan de rol gaat. Omdat ik beelden zie. Feitelijke beelden.
En probeer ook deze weer te vangen. Vast te leggen. Voor nu. Voor straks en mogelijk voor later…
Nu is het later. En heb ik weer het een en ander vastgelegd.
En sta ik met stomme verwondering te kijken. Naar wat ik zag.
Of dacht te zien. Die bus. De geur van diesel. Het zachte zoemen van de banden. Maar een band die knaspert en dit woord dat ik wel schrijf maar die andere toverdoos niet kent. Omdat deze slechts de eenvoudige uitvoerder is van wat zich gisteren voordeed.
Typiste. (g.achterberg)
Morgen. De stad ontstaat.
Ik loop in haar geboorte
met zoete ruggegraat.
Een doffe perzikhuid
van jonge ochtendvochten
ligt op het asfalt uit.
De schoenen aan mijn voeten
geven een kusgeluid.
De tram, mijn gele bruidegom,
houdt voor mijn kleine voeten stil
en ik beklim het voorbalkon.
De conducteur kijkt achterom.
De directeur, de handelsman
zijn ook van gisteren weerom.
Een paar kruimels beschuit
veeg ik nog van mijn lippen,
die ik naar voren tuit.
Er zinken roze stippen
tussen mijn ogen en de ruit.
De schrijfmachine staat al klaar.
Kleine piano van mijn ziel,
waarop ik tik wat hem geviel
mij te bevelen, sterk en zwaar.
Een mooi erotisch gedicht.
Een stukken helend gedicht. Haaks staand op wat ik ooit schreef. In een andere tijd. Met andere stukken. Alsof een schaakspel zich enigszins weet te herhelen. Alsof het raadsel van de 64 vlakken zich laat uittellen. En zelfs dat bestaat… Al bestaat het feitelijk niet!
LEVENSLANG
De schone schijn
wordt levenslang
in tact gehouden
voor
de buitenwereld
is
het levensecht
van binnen was
hun wereld reeds
lang
geleden geslecht.
Zo zie je maar weer! Tot een volgende keer!
En de plaatjes van vandaag? Te koop: museum op een haar na klaar. Inlichtingen: Dirk Scheringa, Opmeer.



