beschouwing V

Geplaatst door Wik 30 juli 2010

En als je dan nietsvermoedend wat door Bergen heenkuiert, de Eerste Bergensche Boekhandel binnenloopt en daar Ina ontmoet, de vraag omtrent Duin & Bosch bevestigend beantwoord en wat trivialiteiten uitwisselt, kan het haast niet ander dan…

Lo Onkenhout, de bevallige leeftijd van 79 jaren torsend, uitkijkend naar zijn zoon met een nieuwe vriendin en het geheim delend omtrent zijn welzijn: twee borrels om 17.00 uur, niet meer, niet minder en voor de rest…

Reeds twintig jaar van zijn pension genietend, en stellen dat hij zijn premie er reeds uit heeft gehaald. Dat huis met die luiken, wat soms een oogje dichtknijpt.

Ik weet niet of je deez’ woorden leest, Lo, maar het was voorwaar voor mij een Bijzonder genoegen! Zo ook die ontmoeting met Ina. En het kan dan ook niet anders dan dat de naam van Gerrit ook nog even voorbijkwam. Ooit inspirerend voorzitter van de museumcommissie, voor zijn leven een dramatische wending nam. Het leven nam.

Al veel eerder schreef ik het onderstaande stuk. Ook al eerder heb ik dit op wikswegen naar voren gebracht. Helaas is het door omstandigheden ergens in een Amerikaans zwart gat verdwenen. Toen wikswegen zomaar van het glasnet verdween. En er geen sprake was dat zaken ooit nog terug te halen waren. Het valt nog steeds onder die eerder genoemde noemer: beschouwing,

Deel vijf alweer. En de keuze die hier een rol in speelt laat ik even voor wat deze is: een gedachtespinsel uit een andere tijd. Een ander tijdperk. Omdat tijd zo rekbaar is. En ook zo triviaal. Want wie zich druk maakt omtrent tijd, zal altijd wel tijd tekort komen… Hora est!

WAAROM ZORG IN NEDERLAND?

Een teken van leven. Signalen, via sensoren opgevangen trillingen die, in grotere mate versterkt omgezet worden in lijnen op een groen verlichte schaal van de monitor.

Een teken van leven. Ogenschijnlijk is hij dood, weggeteerd tot in de laatste tot sterven gedoemde cel. Wijzers op die schaal geven anders aan. Niet wetend dat ook het meest be­trouwbare instrument kan falen, zet de nietsvermoedende verpleeghandeltechnicus alle spanning in één beweging op de kluwen draad die de verbinding vormt tussen wezen en instrument. Een schok golft door de ether. Dan de geur van verbrand vlees.

Een teken van leven. Zij wacht, gespannen, de uitslag af en laat de naalden opnieuw tot leven komen. Zacht gekrijs klinkt uit de monitor die een lange strook wit zigzag papier uit de tandeloze bek braakt. Het hart klopt met alle vitaliteit van het leven. Zij kijkt in de levenloze ogen van de man die al maanden in coma ligt. Zij bevochtigt zijn ogen als haar ogen vochtig worden.

Een teken van leven. Ik weet dat jij bent. Jij, die mij overspoelt door niet anders te zijn. Je stelt mijn zijn, mijn uitspraken, mijn impulsen ter discussie bent er en blijft. Je wijst mij grenzen en vraagt je, in mij af, waar ik mee bezig ben, wat ik wil in dit nu. Ik zeg je “het is mij een genoegen” en jij vraagt je wellicht af of ik teveel gedronken heb.

Maskers, die wij allen dragen, kunnen vallen en weer andere maskers tevoorschijn toveren. Jezelf zijn kent zoveel beperkingen, roept zoveel nieuwe vragen op dat het vaak makkelijker lijkt om het beeld dat weer een ander heeft te bestendigen. Leven biedt daardoor een rijk palet aan kleurschakeringen; vaak houd ik primaire kleuren in stand en gebruik dit als uitgangspunt om de basis van mijn bestaan te duiden. De discussie die daaruit voortvloeit gaat vaak ten koste van het wezen. Wij weten dit van elkaar en daardoor onthouden wij elkaar dit weten. Dit is zo voorspelbaar vanzelfsprekend, dat wij, jij, ik in een oergezonde achterdocht deze twijfel aan de logica als terloops, wat achteloos wederom ter discussie stellen, niet altijd in het besef hoe deze hernieuwde vraagstelling bij de ander overkomt.

Ik heb dit niet bij jou en twijfel daardoor niet aan jouw oprechtheid. Voor mij is dit dan ook niet “zomaar” een uitspraak, maar een vrij fundamentele/principiële, los van het gegeven dat principes niet veel meer zijn dan ononderbroken strepen op mijn asfaltbaan. De wetgever kan niet iedere overtreder van zijn/haar uitgangspunten straffen; mocht echter iemand zich over de ononderbroken streep bewegen en men wordt gesnapt, zal men de consequenties van die keuze moeten dragen. Als ik stel dat het genoegen geheel aan mijn zijde ligt…….

Alkmaar, 17-06-’94.

Wik.

  • Print
  • email
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • Digg
  • Twitter
  • Hyves
  • Blogplay

beschouwing IV

Geplaatst door Wik 29 juli 2010

SPREEKGEZEGDEWAREWOORDEN

Een leraar leert dagelijks,

een student voor het moment.

~~

Als de leerling gereed is

verschijnt de meester.

~~

Want je moet gek zijn om te

durven blijven dromen

over een maatschappij die

toekomstkansen heeft,

enfin, dus zal het van de gekken

moeten komen

of deze wereld ons normaal-zijn

overleeft.

~~

Niets is wat het schijnt…

~~

Een grand cru verpleegkundige:

verrassend subtiel met

een complexe smaak en een

krachtig aroma.

Dit rustige perzikkleurige mens

combineert zoet met een hoppige

bitterheid.

~~

Aan het einde van het leven

is oud zijn een straf…

te oud voor de liefde

te jong voor het graf

~~


ONGEZEGDEWAREWOORDENDEEL II

Tao = ‘de weg’

Het leert ons dat we allemaal

een eigen plek in het natuurlijke

verloop van de dingen moeten vinden,

die de werking van het geheel niet verstoort.

Als we onze plek in de wereld accepteren,

zijn we ons beter bewust van de gevolgen

van onze daden, aangezien op elke actie een reactie volgt

en alles wat we doen gevolgen voor anderen heeft.

~

De tijd heelt alle wonden

maar slaat er nog veel meer

~

Waar ben ik mee bezig?

Waarom ben ik bezig?

Voor wie ben ik bezig?

Ben ik wel?

~

Doe ik dingen te laat

dan weet ik wat ze wegen;

Doe ik dingen op tijd

dan raak ik ze weer kwijt.

~

Toeval

is het atheïstische woord voor

God

~


Als een beschouwing niet veel meer dan een beschouwing is, kan ik de beschouwing beter achterwege laten. Maar zo simpel is het veelal niet. Onderweg, de paden links en rechts voor het gemak vergetend, was mijn koers veelal indirect op het doel af. Ik dribbelde wat heen en keerde dan weer weer. Althans, die indruk heb ik nu. En waar de meute veelal doorging, had ik last van twijfelingen. Volgde ik wel een pad af had het meer weg van een weg. En in hoeverre raakte ik de weg weer kwijt. Toch probeerde ik mij ogenschijnlijk te conformeren. Geregeld gedwongen, omdat het juk van verantwoordelijkheid mij weer op mijn schreden terug liet keren. Ik mij verbaasde omtrent het opportunisme wat tentoon werd gespreid. Of het time-management wat met voeten werd getreden.

Het oude credo wat ooit Crabbendam naar voren bracht: ‘handelen naar bevinden…!’ Mooie jongens waren het, met nog veel mooier verpakte uitspraken. En dan heb ik het uitsluitend over hen die zich in bepaalde posities hadden kunnen manoeuvreren. Omhooggevallenen, om ze onder een noemer te kunnen scharen. De piek beklimmers die de winden rond hun oren voelden waaien. Zich staande wisten te houden voor een wijle, maar uiteindelijk de onontkoombare val naar het dal ondergingen. Als buitelkruid uiteindelijk in een hoek bleef liggen. En op een ander moment de groene bak van binnen mochten ervaren…

aan hen draag ik dit stuk van vandaag dan ook op. Een Piet, een Rob, een Rikkert Jan, een Martijn, een Bart. Een Johannes desnoods. Want waar ik ook was, ik zag ze wel in die zekere positie. En dat andere moment… ach, het zijn dan ook de ongezegdewarewoorden die ik mede deelde! NU!

En voor wat betreft het afsluitende plaatje: vooruit, met de muziek mee!

  • Print
  • email
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • Digg
  • Twitter
  • Hyves
  • Blogplay

Tags: ,

beschouwing III

Geplaatst door Wik 28 juli 2010

Een verhaaltje voor bij het slapen gaan.

Het snaterde al een heel lange tijd, maar de muren rond het water dempten het geluid. Het ruizen van de bomen en het zuchten van de wind overstemden het gesnater. De eend bleef drijven, waggelde wat op de kant en plonsde in het water. Vanaf haar geboorte was de eend aan de mens vertrouwd geraakt, in de steek gelaten als het was door het ouderpaar. Het eerste levende wezen dat zij tegenkwam was, als bij toeval, een mens en sinds die dag diende de eend de mens. Het groeide groter en groter en besefte niet dat het steeds afhankelijker werd van diezelfde mens. Toch kon de eend niet over dit onderwerp met een andere eend praten, simpelweg omdat andere eenden niet begrepen waar de eend het over had. Dus kwebbelden zij en snaterden. De eend, geen bruin vermoeden wat achter de einder verscholen lag, voelde zich als een eend in het water en bespeurde zo af en toe wel iets anders, maar dacht dat dit slechts een gril van de natuur was.

Op zekere dag werd de eend in haar domein verrast, de mens plaatste schermen rond haar plas en aan het einde van de smalle sloot die doodliep, werd een kooi geplaatst. De mens, waarop zij vertrouwde en van afhankelijk was, bleef de eend haar eigen plekje gunnen en op die manier bleef zij overtuigd van haar vrijheid. Ze kon gaan en spetteren waar zij wilde en door al dat geplons trok zij de aandacht van andere eenden, wilde, op hun tocht naar een nog onduidelijker bestemming. De wilden streken neer en verbaasden zich over de eenvoud en de simpele vrijheid die ons eendje ten deel was gevallen. Toen ook kwamen de wilde eenden tot de ontdekking, dat de vrijheid die zij tot dan zo trouwhartig zochten, veel dichterbij te vinden was dan zij, door instinct gedreven, achterna vlogen.

Nu had dit verhaal een heel gelukkig einde kunnen hebben, ware het niet dat de mens heel andere, zeg maar snode, plannen met de wilde eenden had.

Een woest, keffend hondje kwam geluidloos tussen de bomen vandaan en joeg de wilde eenden, verschrikt, tussen de door de mens geplaatste schermen in. Het slootje versmalde zich meer en meer, maar de wilde eenden hadden hier geen oog meer voor. De kooi klapte dicht!

Ons eendje verbaasde zich erover, dat haar nieuwe vriendjes zo snel weer verdwenen waren, keek naar de kant, waar de mens haar beloonde met wit, oudbakken brood.

Het behoeft geen betoog dat ons eendje nog lang en gelukkig overleefde.

Alkmaar/Castricum, 12-07-’94, 14.35 uur.

Maar is dit nu wel een verhaaltje voor bij het slapen gaan? Iets wat de pijp uitgaat, omdat dit niet alleen overeenkomt met dat gezegde?! Ik weet het niet direct.

Neen, dan liever een fragment uit het boek ‘De helaasheid der dingen’ , door Dimitri Verhulst. Alleen al gekocht om de titel…

‘Ik zal u eens tonen hoe ik tegenwoordig moet schijten!’ zei André tegen Sylvie in het bijzonder, en hij hief zijn slonzige hemd omhoog en toonde haar zijn harige buik vol littekens en knobbels. Zijn darmen zaten helemaal onder de kanker, en om zich te ontlasten beschikte hij over een schijtzak, waarmee hij enige tijd terug tot zijn grote verbazing op de operatietafel was ontwaakt. Hij moest nooit meer naar toilet, alles pruttelde gewoon in die zak die daar aan zijn bierbuik bengelde. ‘Kijk!’ En we keken. We keken hoe de stront in het zakje sijpelde. Gezapig, alsof die derrie ergens vanbinnen in een knijptube zat waar iemand nu zijn voet op zette. Natte, ongebonden stront met schuim erop. Alsof ze op de eerste rij zat bij de demonstratie van een wetenschappelijke proef keek mijn nicht geboeid naar de bruine drab in de schijtzak van André.

Het nummertje werd dan ook speciaal voor haar opgevoerd. Iedereen wist dat André het niet meer zou uitzingen tot het kermis was, en wij bewonderden het gemak waarmee hij zijn fluimen in het gezicht van de dood spuwde. Hij zou sterven in grandeur, nog tijdens zijn laatste reutel zou hij feesten. ‘Voilà,’ zei hij, ‘ik heb gedaan met schijten. Nu nog doorspoelen.’ hierop goot hij een pint bier ad fundum in zijn strot. ‘Je hebt er geen idee van hoeveel ik mij per maand uitspaar aan wc-papier.’ het was galgenhumor die Sylvie wist te smaken en waarvoor zij cash betaalde met een rij hier nog nooit geziene witte tanden.

‘Geef ons allemaal nog iets te drinken!’

Ik weet niet of dit wel zo gepast is. Maar ook daar dien ik, in mijn motto van deze week, schijt aan te hebben. Want ik blijf het beschouwen. En wat deze beschouwingen dan weer voor invloed hebben op de aankomende dagen…

  • Print
  • email
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • Digg
  • Twitter
  • Hyves
  • Blogplay

Tags: ,

beschouwing II

Geplaatst door Wik 27 juli 2010

Voor Wik staat er. En vervolgens:

Dit boek is niet zo poëtisch

als het jouwe, maar evenzeer

het resultaat van wikken en wegen!

Ans Grotendorst, 28-8-1996

gekwalificeerd voor . de . toekomst / eindrapport commissie kwalificatiestructuur

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport VWS

Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen OC en W


Voorwoord

U heeft een historisch document in handen. Het bevat de beschrijving van een geheel nieuw opleidingsstelsel voor verpleging en verzorging. Voor het eerst in de geschiedenis is er één overzichtelijke kwalificatiestructuur en staan de eindtermen van de opleidingen op een transparante en samenhangende wijze te boek. Fier tezamen. Vier bijeen.

‘Gekwalificeerd voor de toekomst’ wil zoveel zeggen als: op grond van capaciteiten geschikt bevonden voor de toekomst. Het is onze wens en verwachting, dat deze ‘kwalificatie’ van toepassing zal zijn op de afgestudeerden die rond het jaar 2000 en daarna als helpenden, verzorgenden en verpleegkundigen aan de slag zullen gaan in de zorgsector.

Namens de Commissie Kwalificatiestructuur,

Prof. drs. J. van Londen, voorzitter

Mw. drs. A. Grotendorst, secretaris

En het nawoord mocht ik voeren. Want Noord-Holland zou hiermee aan de slag kunnen gaan. Een integratie van verzorg-, verpleeg- en ziekenhuizen die ervoor zou zorgen dat de vooronderstelde scheidslijnen zouden wegvallen. De muur die alreeds gevallen was zou verder worden geslecht en er zou een andersoortige kennis tot ontwikkeling worden gebracht. De noemer, bedekt, ‘het geheel is meer dan de som der delen!’ Maar de eilandenstructuur liet zich niet één, twee, drie uitgummen. Niet wegpoetsen. Want huizen hechten nadrukkelijk aan de eigen identiteit. Want stel je nu eens voor…

Hoe kunnen individuele visies samen een gemeenschappelijke visie vormen? Een nuttige metafoor hiervoor is het hologram, het driedimensionale beeld dat gevormd wordt door de onderlinge samenwerking van verscheidene lichtbronnen. Als je een foto in tweeën knipt, staat op elk stuk maar een gedeelte van het hele beeld. Maar als je een hologram in stukken verdeelt, is op elk stuk het hele beeld te zien. Je kunt doorgaan met het hologram in stukken te verdelen en op elk stuk, hoe klein ook, zal steeds het hele beeld te zien blijven. Op een dergelijke manier heeft, wanneer een groep mensen een visie voor een organisatie begint te delen, elke persoon een eigen beeld van de organisatie op haar best. Ieder deelt de verantwoordelijkheid voor het geheel, niet alleen voor zijn eigen stukje. Maar de samenstellende delen van het hologram zijn niet identiek. Ieder stukje stelt het hele beeld voor, gezien vanuit een ander gezichtspunt.

In het begin, als men nog een individuele visie koestert, spreekt men over ‘mijn visie.’ maar naarmate de gemeenschappelijke visie gestalte krijgt, wordt ze zowel ‘mijn visie’ als ‘onze visie.’

Peter M. Senge, ‘De vijfde discipline’

Aanwezigen!

Voor dit praatje heb ik, om mij geen bult te vallen, een naslagwerk van betekenis moeten raadplegen. Dit staat haaks op de manier waarop ik mij veelal veroorloof met zaken in de weer te gaan. Een zekere creativiteit en het gebruik van de vrije associatie komt meer in mijn woordenboek voor dan de nu naar voren te brengen begripsomschrijvingen. Om U allen een proeve van mijn zelf opgelegde beperking te geven wil ik U een viertal begrippen noemen, die waarschijnlijk ook andere dimensies tot leven kunnen wekken. Dit praatje, aan het eind besloten door een plaatje, kan een bepaald beeld oproepen wat niet direct door GORDON van harte zal worden toegejuicht, hoewel…

Ter zake echter! Ik wil het niet hebben over stoornissen, beperkingen dan wel handicaps. Ik denk echter dat wij hier allen wel op de één of andere manier aan lijden maar, in de loop der tijd, hebben geleerd hiermee om te gaan. Zo lijdt de één bijvoorbeeld aan het in-service syndroom en wordt de ander het dagonderwijs binnengeleid. Die ander maakt deel uit van een kleine CIRKEL en ziet dat zijn harem zich naar hem voegt. Van zijn gezicht valt af te lezen hoe zijn gemoedstoestand is, als hij en zijn gevolg worden uitgenodigd met de steun van veel HELPENDE handen zich plenair in de grotere CIRKEL te begeven. Wat is echter een CIRKEL?

Een CIRKEL is een meetkundig deel van een plat vlak, begrensd door een CIRKEL-omtrek. Een CIRKEL is ook een kring; zo is een vicieuze CIRKEL een reeks van handelingen of redeneringen waardoor men telkens terugkeert in het uitgangspunt dat men wil verlaten. Dat maakt dit gezelschap of zo U wilt deze besloten kring, zo boeiend!

Het volgende begrip waar ik U mee wens te vermoeien is de hoek of, zo U wenst, de verhouding tot welke wij met elkaar veroordeeld zijn. Deze hoeklijn verbindt twee niet opeenvolgende hoekpunten van de veelhoek en staat daardoor haaks in de CIRKEL. Voor de minder geletterden onder U praat ik op dit moment over de DIAGONAAL, waardoor diametraal overleg zou kunnen plaatsvinden. Van lijnrecht tegenover elkaar staan is echter in deze CIRKEL geen sprake! Bilaterale symmetrie en bilabiaal overleg vindt plaats en heeft geenszins iets te maken met de DIAGONAAL! Anders gezegd zou gesteld kunnen worden dat dit de spaken van de CIRKEL betreffen ofwel dat het wiel zichtbaar wordt.

Voor wie momenteel de draad kwijt begint te raken bied ik nu de gezichtseinder aan. Ik kan mij echter ook een vrijpostigheid veroorloven door U het verschiet aan te bieden. Dit verschiet is een instrument waar, op grote hoogte, de juiste stand ten opzichte van een schijnbare HORIZON wordt weergegeven. In figuurlijke zin wordt gesproken over de grens van het gebied of zo U wilt het veld dat de geest, het verstand kan overzien. Een tekenaar kijkt hier echter anders tegenaan dan de geoloog. Die geoloog wil ik nu laten voor wat deze is. De doorsnede van het vlak van tekening met het waterpasser vlak dat door het oog van de tekenaar gaat, kan soms leiden tot een beperking van diens gezichtsvermogen, waardoor de gezichtseinder vertroebeld. Voorwaar een handicap die blijvend tot stoornissen en dus beperkingen leidt. Veel leed dienaangaande blijft U echter vooralsnog bespaard!

Op het gevaar af dat U nu mogelijk de draad kwijt bent zal ik trachten de lijn weer duidelijk te maken. De slimmerikken onder U zullen aan een half woord genoeg hebben als ik stel dat ik het heb over, jawel!, de loodlijn. Dit is een loodrechte staaf in een vakwerk en tot op heden valt te concluderen dat deze bijeenkomst in besloten kring het resultaat is van dit vakwerk! Want vakwerk is het dat door vakmensen wordt geleverd! U begrijpt dat de VERTICALEN er niet om liegen. Als U echter dat niet genoemde naslagwerk erop naslaat wordt thans, in figuurlijke zin, gesproken over VERTICALE mobiliteit ofwel een verschuiving op de maatschappelijke ladder naar boven of naar beneden. En dat geeft iets weer van de belangen waarvoor wij, gezamenlijk, staan!

Genoeg echter geneuzeld! Dat ik hier sta of zit, is niet zonder reden. Ik wil jou, Ans, namens ons allen bedanken hoe jij met ons in de slag bent geweest! Er waren, in den beginne, ideeën, twijfels en bedenkingen omtrent het nieuwe samenhangende stelsel. Er moest iets komen dat, in eerste instantie, moest leiden tot een ‘Raamleerplan’. Er moest een samenspel ontstaan tussen een willekeurige groep van mensen die overtuigd moesten worden van een individueel belang naar een gezamenlijk belang. Dat is jou, met jouw inzet en overtuiging, voortreffelijk gelukt!

Wij zijn maar een simpele voorbereidingsgroep, een stel enthousiastelingen die aan die weg wilden timmeren. Wij kwamen weleens in CIRKELS terecht, bleven weleens in de DIAGONALEN hangen, waren weleens de HORIZON kwijt en stonden weleens op de VERTICALEN! Deze woordspelingen en alles wat er niet gezegd is worden mogelijk vertolkt in dit plaatje wat ik je nu, nogmaals namens ons allen, wil overhandigen!

Schagen, LINKE LOETJE, 4 december 1996,

Afra Besseling, Heleen Boudesteyn, Alexander Claassen, Johan Franke, Gerrit van Ipkens, Siem Klaij, Kees van Lunsen, Renske Olgers, Paul Schoone, Suze Sep en Wik Pijper.

  • Print
  • email
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • Digg
  • Twitter
  • Hyves
  • Blogplay

beschouwing I

Geplaatst door Wik 26 juli 2010

2e jaars,

Hoewel de tijd niet altijd voorbij vliegt, lessen het ene moment voorspelbaar interessant kunnen zijn, het andere moment stom dan wel oervervelend, is de conclusie voorspelbaar: het eerste jaar is op een haar na gevild!

Je bent dus op die zekere dag ‘de wereld van de ander’ binnengestapt, hebt daar de niet altijd voor de hand liggende reacties van die anderen ervaren, hebt je door het ‘woud’ van de leeropdrachten geworsteld, bent mogelijk in andere omstandigheden komen te verkeren en hebt je uitgesloofd om die toetsen op een bepaald niveau af te ronden. Je inzet en mogelijk je inzicht heeft zich verruimd, je regelmaat werd met een zekere onregelmatigheid doorbroken, het vroeg, het laat en de nachtdienst deed niet alleen een appel op jou, maar ook op diegenen die je al dan niet steunden in je strijd om de voldoendes.

Je zult je mogelijk soms hebben afgevraagd, waar je precies mee bezig was, je hebt je mogelijk in diverse rollen moeten wringen, je bent geconfronteerd geraakt met velerlei vragen en hebt ontdekt dat op deze vragen niet altijd een antwoord te geven was. Ik verwacht eerlijk gezegd niet dat dit in het aankomende jaar jullie bespaard zal blijven! Zo’n eerste jaar is voor een groot deel oriënterend op de micro-situatie, terwijl het tweede jaar zich meer op meso-niveau zal gaan richten. Los van deze insteek zul je mogelijk ook nog de vraag moeten gaan beantwoorden waar precies je nu eigenlijk mee bezig bent en… of je dit werk nu wel wilt. Op deze vraag, die zich vroeg of laat kan voordoen, zul je zelf het antwoord moeten geven, met andere woorden:

‘… is werken in de psychiatrie nou echt zo gek nog nie…?!’

Ik zou voor nu echter willen afsluiten met een gedachtespinsel wat ooit ergens, ver weg, aan mijn geest ontsproten. Het luidt als volgt:

QUEESTE

Reis

uw weg

rijst, daalt

uw klop

sterft met

uw treden

vergeefs

uw tocht

o ver,

verleden

Zie het tweede jaar als een vervolg op je speurtocht in de psychiatrie en… neem op dit succes je welverdiende drankje!

Gefeliciteerd!

Dat schrijnt dan best nog wel een beetje. Geen stemmen maar woorden, zinnen uit mijn verleden. Zinnen die ik mocht delen in toen, dat moment. En waar anderen dan weer deelgenoot van waren. Even stilstaan bij een drempel, voor de waan van alledag weer nieuwe eisen wist te stellen. Een lijst met een naam, cijfers, een hand geschud, een zoen op de wang.

En de wegen die dan zijn afgelegd. De zoektocht naar de eigenheid van de ander. Of,  zoals Broeder Andreas (W.A. van den Hurk) ooit noteerde:

‘het meest eigene van de psychiatrische verpleging is: de patiënt een situatie bieden waarin hij zichzelf kan zijn, en waarin hij zich kan handhaven ten overstaan van zichzelf zowel als ten overstaan van de ander.

Het is de verplegende die deze situaties schept, telkens anders, telkens opnieuw. Hoezeer de patiënt gestoord is, op deze wijze kan hij steeds zichzelf zijn – zelfs mèt zijn gestoordheden.

Kom daar nog eens om. Praten over DBC’s en de gelegenheid die niet geboden wordt om de totale mens in dit geheel te zien. Verpleegplannen die overgaan naar behandelplannen en de verantwoordelijk psychiater die steeds meer een soort van vliegende keeper is geworden. Iemand die zich over de pillen buigt omdat veronderstelt mag worden dat hij daar wel verstand van heeft. De klinisch psycholoog die meer en meer op de stoel van de afwijkende behandelaar terecht is gekomen. En Sigmund die ophef maakt, indien je het negentiende deel van zijn cyclus aanschaft.

En dat alles onder de noemer van deze aflopende maand. Want de volgende maand ben ik met FPU. Met een Flexibele Pensioen Uittreding op dat zijspoor terecht gekomen. Zodat ik deze aankomende week wat meer op de beschouwende, afrondende toer ga. Tenminste, als het aan mij ligt. En ik denk dan wel weet zeker dat het aan mij ligt! Dus maak de borst maar nat!

  • Print
  • email
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • Digg
  • Twitter
  • Hyves
  • Blogplay

Tags: , ,

‘Der Roedie in Die Mare’

Geplaatst door Wik 25 juli 2010

Kan er sprake zijn van enig heil op deze, mogelijk, vermaledijde zondag?! De vraag waar het antwoord voorlopig ongewis over is. Een vraag ook die wat ijl in de ruimte blijft zweven. Een vraag ook die de mogelijke kou niet uit de lucht weet te halen. Want naast het feit dat het komkommertijd is, naast het feit dat de Heer Ruud Schmitz hier regelmatig zijn zestig seconden aan kan gaan wijden, naast het gegeven dat diezelfde Heer Ruud Schmitz op velerlei fronten actief is, naast het feit dat diezelfde Heer Ruud Schmitz niet alleen letterkundig bijzonder onderlegd is (hoewel ten alle tijden niet geheel juist schijnt te zijn, maar beter door te allen tijde vervangen zou kunnen worden), is het een bijzonder mens.

Want wat is het geval? Welnu het volgende.

CONTAINER

Onder het motto ‘klein leed is ook leed’ hadden wij gisteren een artikel over een stinkende container. De buurt zit niet graag meer op het bankje waar de afdeling Stadswerken een grote rolcontainer tegenaan heeft geplaatst. Stank en vliegen maken het er daar op de Bierkade in Alkmaar niet prettiger op.

Nou zou je dus het volgende scenario verwachten bij de afdeling Stadswerken van de gemeente Alkmaar, althans, daar hoop je op: “Jongens, nog gelezen vanmorgen?” “Wat?” “Dat stukkie over die container.” “Nee, ik heb geen krant.” “Wacht, ik pak even een krantje. Zo, kijk hier maar.” “Nou, nogal een groot stuk over zo’n klein dingetje. Maarre, die hebben wij daar toch neergezet? Volgens mij was het Kees.” “Precies, dat bedoel ik. Weet jij waar Kees op dit moment is?” “Nee, geen flauw idee. Ik denk op vakantie. Maar dat maakt nou toch niet meer uit? De vraag is nu, wat gaan we doen. Niets, of zetten we dat ding wat verder?” “Ik ga wel even kijken waar ik dat ding neer kan zetten. En smoes maar niks met Kees als-ie weer komt.”

Kijk, dit is wat de buurt hoopt na een artikel in de krant. Maar ja, we hebben het wel over de gemeente Alkmaar, nietwaar? Dus wat denkt u dat er werkelijk is gebeurd? Precies.

De container is verplaatst.

Was getekend: Ruud Schmitz.

Terwijl ik hem de dag daarvoor trof met een redelijk gevulde tas van dat bedrijf wat zo graag op de kleintjes let. Op de fiets nog wel. En ik hem verdacht dat de witte kadetjes die ik in zijn tas zag zitten mogelijk met wat bruine van Dobbens gevuld zouden raken, maar mij niet zou verbazen wanneer het frituurvet koud zou blijven dit vervangen kan worden door plakken oude kaas. Het geheel gepaard gaand van een aantal bieren, waarna het gekringel van een zware Brandaris dit geheel zou afronden. Waarna de Heer Ruud Schmitz zich vrijelijk zou gaan storten in een onvolprezen weekend, de boel de boel zou laten en zijn moeder een bezoek gaat brengen.

Want zo’n man is hij is mijn ogen. Een fiets, een boodschappentas, mogelijk een tweetal wassen die, door zijn weekwerkzaamheden, niet direct zijn aandacht vingen en op een grote hoop liggen te wachten en zijn door de week ruim gevulde agenda gepaard gaand met een maagdelijk geheel voor juist dit weekend. Waarin hij de afgelopen week langs zijn rug laat afglijden en zich niet eerder met de wereld gaat bemoeien dan dat het wekkertje de maandag weer inluidt.

Hetgeen mij brengt op een andere gedachte. Een gedachte die ik in een rijkelijk verleden aan papier wist toe te vertrouwen.

En waar ik deze zondag dan maar weer gewag van maak. Want gebruik een andere naam (BP), gebruik een ietwat andere setting en voor je het weet

WERELDPOLITIEK

De ruimte van de eeuwige

bossen zingen in het licht

van een laatste ster die

het roetzwarte firmament

nog even doorlaat, olie

op de golven drijft in steeds

zwarter wordende plakken op

het oppervlak waaronder alle

leven tot zwijgen is gebracht

de omgebrachte koppen van

de vogels hangen met hun

bekken omgekeerd in het

levenloze water waar zij ooit

ergens over miljoenen jaren

later opnieuw de olie zullen

vormen waar de hele

wereld op drijft en waar wij

nu

ten onder gaan in leven

voor en na de olietijd.

Hoessein moest zo nodig

oorlog maken en het rijke

Westen rook

zijn kans en wordt

vernietigd door het heft

in eigen hand.

Een gematigde zondag!

  • Print
  • email
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • Digg
  • Twitter
  • Hyves
  • Blogplay

Tags: , , , ,

wakker worden, koppie kijke’

Geplaatst door Wik 24 juli 2010

Geen samenspannen maar meer samenlopen. Of, een samenloop. Buiten en binnen de omstandigheden. Toeval.

Maar daar heb ik zo mijn twijfels bij en al meerdere malen uitgesproken. Meer het moet zo zijn zoals het is. Als het is.

Of zoals het geweest is. Dan in het midden latend wat het zou kunnen zijn. Als het al een het is. Voor hetzelfde geld is het haar. Of hem. Als een spreuk waarbij de keerzijde als een Tabula Rasa door het leven gaat. De rand mogelijk van een opschrift is voorzien. Zoals in het verleden de gulden…

De keuzes die gemaakt worden.

Soms gedwongen. Soms spontaan. Soms maagdelijk. Soms bevlekt.

Vaak gedwongen. Vaak spontaan. Vaak maagdelijk. Vaak bevlekt.

Al las ik die advertentie net zo vluchtig als dat de dag van gisteren kortstondig was. Antoon. 80 jaar.

Na een kort ziekbed is mijn goede en zorgzame man en onze lieve vader kalm en vredig in zijn slaap overleden.

Hij is 80 jaar geworden.

Collega van mijn vader. Ik mocht meneer tegen hem zeggen.

Kwam weer later zijn dochter tegen. Zij kent mij en ik ken haar. Van naam. Van wederzijdse vaders. Collega’s. Toen.

Ook weer een verleden wat zich ondenkbaar deelt.

Door zo’n bericht gaan de krakende raderen weer werken. Komen beelden langs. Worden herinneringen even van wat stof ontdaan.

Zoals in een kookboek het eten wordt opgediend.

Friese hachee. Op basis van kruidkoek. Drank. Beerenburg.

Aardappelen met een stoofpeer. In port. Drank. Vluchtig.

En het petroleumstel. In de bijkeuken.

Het vlammetje door het glaasje. En de geur. Van die tijd.

Draadjesvlees. Sudderlappen. In echte roomboten.

Meervoudig onverzadigbare vetten. Arterio sclerose. Slagaderverkalking. Claudicatio intermittens. Maar lekker!

Of een telefoontje. De vraag, nog steeds, hoe of het gaat.

Of weer die opmerking: ‘je ziet er goed uit!’

Naar aanleiding van een gebeurtenis die mijn leven keerde.

De keuze. En de mogelijke aflaat.

Ook daar al vele woorden aan gewijd. Bijkans nu gewijde woorden. Alsof ik aan de vooravond sta om mij te gaan bekeren.

Om heel nederig te lezen dat het normen- en waardenoffensief tot mislukken gedoemd is. Opgelegd fatsoen werkt niet.

Tenminste, niet op een fatsoenlijke manier. Volgens intern onderzoek van het ministerie van binnenlandse zaken, dat in het bezit is van deze krant, is het zelfs de slechtste manier om burgers te bereiken. Of wat Punt met Punt uit tracht te bereiken.

Het initiatief moet uit de burger zelf komen en niet van hogerhand worden opgeleg, concludeert een onderzoeksbureau.

Zo kun je bijvoorbeeld van alles aan therapie op de ander loslaten. Maar ontbreekt het bij de ander aan enige overtuiging blijf jij in ieder geval verzekerd van werk!

Of, zoals Gerard Spong ooit eens stelde: ‘een vrije samenleving zit helemaal niet te wachten op een ‘zedelijk keurslijf.’ ‘Een verstikkende deken met talloze regeltjes, regeltjes en nog eens regeltjes. Een fatsoensbijbel. Kletspraat! Het alternatief? Het handvest voor verantwoord burgerschap bestaat al: het wetboek van strafrecht. ‘Daar zijn de belangrijkste normen en waarden al in vastgelegd.’

GISTEREN

Ontmoeten wij elkaar

zien wij weer terug

in het verleden

kenden wij elkaar

en groeten nu elkaar

op de ontmoeting

uit verleden.

KEUZE

De ommekeer in mijn leven

vond iets voorbij het midden

plaats;

veertig was ik veertig

dacht ik toen de baas;

een leeftijd waarop

carrière maken reeds

voorbij het reguleren

van mijn leven, gedachten

aan het experiment mijn

geestkracht bloot te stellen

aan al

wat anders is en zo

gewoon

wordt normaal abnormaal

en abnormaal

gewoon

het keren van de kansen

psychisch stabiel

psychisch labiel

gevoelens sterk

verdrongen ongemak

wat mij

in mijn zijn

overspoelt, de rotzooi

jarenlang bewaard eruit

vliegt

ik bedaar

middenin de

maalstroom van

mijn keuze.

Succes met de wekker! Zet je ‘m wel op tijd of…

Al was het alleen maar om op een bepaalde manier de andere dag te verwelkomen! Of te laten voor wat deze is!

  • Print
  • email
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • Digg
  • Twitter
  • Hyves
  • Blogplay

beeldloos

Geplaatst door Wik 23 juli 2010

FOSSIEL

terwijl iedereen

meewarig,

het hoofd schuddend

de hem

toegediende injectie

opnieuw

herhaalt

zijn zwanengang

gedood:

levend

een fossiel

in een uitgebluste

stoel.

Als zoveel meer mensen volgens de gangbare statistieken het loodje leggen, schrikt niet alleen de overheid even, maar weet dit ook het nieuws te halen. Nu is het niet nieuw dat in zomer- dan wel wintertijd meer mensen tegen het stootblok aanbotsen, maar ook dat door minder aandacht voor de drank, de gevolgen navenant kunnen zijn. Bij sommigen is het een kwestie dat de redding, relatief gesproken, zo dichtbij was, voor anderen kan het een zegen zijn dat er een einde komt aan een ondraaglijk lijden. Want dat de mens lijdt, dat leidt geen twijfel. Wat daarin naar voren komt is dat niet alleen ‘s Heren wegen ondoorgrondelijk zijn, maar dat de zegen die de ander over zichzelf mogelijk nog kan afroepen, de nabestaanden verlost van een zeker schuldgevoel.

Neem nu bijvoorbeeld kennis van het volgende:

‘als Karina haar man wakker had gekust, deed zij eerst de rolluiken open. ‘Wat voor weer is het?’, vroeg Wolkers altijd, waarop Karina antwoordde: ‘het is een schitterende dag.’ Of: ‘een beetje bewolkt, maar niet koud.’

Daarna vulde zij de wastafel met lauwwarm water en deed daar een scheutje lavendelolie in. Zij sloeg de dekens van hem af en legde de handdoek onder zijn onderbenen en voeten en waste die met het geurige cadmiumblauwe sopje. Vervolgens droogde ze zijn voeten en wreef ze in met een licht lobbige crème die Secret Touch heet. Tot slot deed ze zijn sokken aan en ging hij rechtop zitten.

De voetwassing moest heel voorzichtig gebeuren, want de huid van zijn voeten was dun en pijnlijk geworden. Een paar jaar geleden had Wolkers wondroos gekregen aan beide enkels en voeten, en die ontsteking flakkerde zo af en toe op en moest met antibiotica worden bestreden. Dat getob met zijn voeten was zwaarder en zwaarder geworden. ‘Hij sleepte zijn lichaam als een molensteen door het huis,’ zegt Karina.

Uit:

Zo is het genoeg / Het laatste jaar van Jan Wolkers.  Onno Blom.

‘Zo is het genoeg’, dat waren de laatste woorden van Jan Wolkers, beeldhouwer, schilder, schrijver. Anderhalve week voor zijn tweeëntachtigste verjaardag werden hem ‘s nachts door zijn vrouw Karina twee boterhammen met jam gebracht. Hij at een paar stukjes, lachte naar Karina en zonk weg in een diepe slaap, die twee dagen zou duren en waaruit hij niet meer ontwaakte. Op 19 oktober 2007, om half twee ‘s nachts, overleed hij.

Een foto van hem op hoge leeftijd hangt in het fotomuseum in Den Haag. En wat mij daarin opviel waren zijn handen: blauwpaars, sterk dooraderd, de handen van een ambachtsman, de kop van een woudreus. Een pracht portret. En datzelfde prachtportret wordt aangevuld door Karina die beide handen op de schouders van deze kwetsbare reus heeft gelegd:  een schoonheid van een foto, voor zover een foto schoonheid weet vast te leggen.

ROUTINE

Uit den vreemde

klinken

holle stemmen

wezens, ontdaan

van voor- en achterkant

de nijvere, dappere

handen

wapperen, gesjouw

van de ene

naar de andere kant

dag, de dagelijkse

routine, de smaak, geur

ontbinding

tijd, de herhaling

en het eeuwige gezever

raak ik vandaag mijn plasje

kwijt

raak ik hen, als ik niet

oppas,

leven zij nog steeds,

wanneer zij al lang

aan de dagelijkse routine

zijn ontglipt.

Een tweetal beelden die ik dit keer zonder beelden gepaard laat gaan. Omdat ik niet de mogelijkheid wil bieden om voor afleiding te gaan zorgen. Omdat de berichten in de krant ook veelal niet gepaard gaan met een foto.

Maar als ik dan toch een foto zou willen plaatsen,  zou het die ene zijn: Jan Wolkers handen.

  • Print
  • email
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • Digg
  • Twitter
  • Hyves
  • Blogplay

Paul Vlaar & Doornbos

Geplaatst door Wik 22 juli 2010

Het heeft dan ook iets heel bepalends. Niet dat het mij niet eerder is opgevallen maar nu ik met mijn toestel langs de glazen wanden loop, mij hul in stilzwijgen en dan plotsklaps dat toestel tevoorschijn tover, wordt het bijkans een magisch moment. Mysterieuze krachten maken zich van het objectief meester en ik heb niet veel meer te doen dan de ongekende krachten te stroomlijnen. Uiteindelijk is het mijn wijsvinger die de knop beroert en niet veel later ligt ook dat moment vereeuwigd vast. En vervolg ik mijn weg. Laat mijn blik links en rechts wat flitsend door de omgeving schallen en hoewel dit absoluut niet kan, zijn het mijn schellen die van mijn ogen naar beneden glijden. Geheel onzijdig en voor het gemak voor een deel uit feitelijke abstractie geef ik mij over. Voor mij geen vraag omtrent de evolutie. En van een schepping kan in mijn ogen alleen maar sprake zijn wanneer ik mijn blik via dit glazen oog op het object richt.

Het heeft dan ook weinig met een zeker geloven van doen. Vandaar ook dat die vraag een totaal irrelevante vraag is. Zoals ook de vragen die zich voordoen in het gebundelde werkje wat met de aanbiedingen de deurmat teistert. Het geeft ook een dreun: het staat dan ook bij punt 6. conclusie.

Geloof in de evolutietheorie betekent dat er geen antwoord is op belangrijke vragen als: ‘Waar kom ik vandaan?, Waarom ben ik hier? en Waar ga ik heen als ik sterf?’

Geloven we in de Bijbel, dan zijn er wel antwoorden op die belangrijke vragen. Dan mogen we weten dat God uit liefde ons geschapen heeft en een plan met ons leven heeft.

Jaargang I nr.1

Het is te bidden dat het bij deze ene jaargang en dit ene nummer blijft. Als creatie info te Doorn in Doorn een bos heeft weten te vinden hoop ik dat de geest van ene Doornbos in dit bos dwaalt. Voor mij hoeft die persoon niet gelieerd te zijn aan die andere geest. Moedwillig nog wel binnengelaten. Die geest wordt genoemd duivel of satan. En wat de Schrift dan aangeeft is ook al zo’n waarheid: ‘daardoor werd de mens afgescheiden van Gods Geest, Die Liefde, Rechtvaardig en Licht is. Als gevolg daarvan trad het omgekeerde van evolutie in: degeneratie (achteruitgang). Er kwam ziekte en dood, en de mensen gingen zich gedragen erger dan dieren. Door die zondeval zijn de problemen in de wereld gekomen en die zullen alleen maar groter worden, leert de Bijbel. Maar er is hoop!

De hoop op de doos van Pandora!

Maar niet iedere doos is een doos als er doos op staat…

Een doos is een doos is een doos maar nooit zomaar een doos…

En zoveel dozen als er zijn zullen er evenveel hopen te koesteren zijn. Ook dat zal God in al Zijn Almachtigheid vast wel hebben uitgedokterd. Want door de ziekten kwamen er artsen, kwamen er objectieven, kwamen er elektronenmicroscopen, werd DNA inzichtelijk gemaakt, kunnen er weer andere verklaringen worden gecreëerd en blijft de mens in een eigen cyclus hangen…

En al dat denken doet vermoeden dat de antwoorden ook in een bepaalde richting gezocht moeten worden. Zoals de omschrijving omtrent Technische Wetenschap: resultaten behaald in het verleden, zijn herhaalbaar in het heden en de toekomst. Het doet een beetje denken aan beleggen. Resultaten in het verleden behaald zijn geen garantie voor de toekomst. God gaat kennelijk met zijn tijd mee of legt woorden in de mond van zijn vertolkers. Er zal dan ook wat worden afgetolkt om al deze letterwijsheden onder de aandacht van Zijn Beeld te brengen. De mens is naar Gods beeld geschapen.  Hoe al die varianten dan mogelijk zijn…?!

En als laatste toch wel de verwijzing naar fossielen, dinosaurussen, zondvloed en vele andere onderwerpen, zie www.creatie.info. Ook voor een gratis Johannes evangelie.


Evangelie!? 1. blijde boodschap, leer van Christus; 2. verhaal van het leven en de leer van Christus, beschreven door vier evangelisten: de vier evangeliën vormen de eerste boeken van het Nieuwe Testament; 3. R.-K. voorlezing uit de evangeliën tijdens de mis; 4 waarheid waaraan niet te twijfelen valt: zijn uitspraken zijn voor zijn vrouw een evangelie.

Voor vandaag komt het mij voor dat deze dag niet meer stuk kan. Ik hoop dat ik, op mijn eigen kromme wijze, iets aan deze dag weet toe te voegen. Mocht dit niet zo zijn…

IETS

Zij heeft iets;

vraag mij niet

wat

iets is

ziet zij niet.

Zij heeft iets

rood haar

lokken rond

haar half

geloken ogen,

mond, haar parel

witte tanden

gouden randen

een stem

die klonk

omfloerst haar

lach, haar ogen

spreken:

dichtgeknepen

heeft zij iets;

ik kijk

in stilte en

bewonder

haar

om

iets.

Ik kom vanuit het niets. Eerst was ik toen dacht ik dat ik was.

Ruim een jaar geleden treedt dit vandaag weer in het heden. Ruim een jaar niets meer van gehoord en vandaag een advertentie:

PASTOOR PAUL MOET BLIJVEN! PUNT UIT.

Dinsdag reden Ellen en ik door Obdam. Langs de kerk waar Pastoor Paul Vlaar zijn hoogtij vierde. Een kerk die op zondag volloopt terwijl vele kerken niet anders meer kennen dan een leegloop. Een kerk met een boodschap. En ik trek mij die boodschap aan. Meer nog dan die smeekbede van een jaar geleden: ‘laat de kinderen tot Mij komen…’ Want daarin is de boodschap verhuld. Dat is niet meer van deze tijd. Neen, ik stel voor:

tel je religieus profane zegeningen!

Hoeft die Gulden tekst ook niet meer terug te keren…

  • Print
  • email
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • Digg
  • Twitter
  • Hyves
  • Blogplay

Tags: , ,

megalomaan

Geplaatst door Wik 21 juli 2010

Stukken helen. Kunnen stukken helen?

Zijn dit dan helende stukken? Stellen stukken vragen als zij helen? En als dan stukken helen zijn zij dan alleen of zijn zij dan met velen? Ik zie wel veel maar veelal helen. En als er dan wat stukken zijn…

Langs het kanaal waar Maxx van Connexxion parten en delen in speelt. Een regelmatige busverbinding. Zeker aan het begin van de route, waar geen mens te vinden is. Planmatig wordt op tijd gereden. Het uitzicht trekt, links dan wel rechts aan de passagiers voorbij, alleen…

de chauffeur let op het verkeer en de bus blijft leeg.

Een vertolker van een andere wereld, althans die indruk krijg ik. Vanwaar deze route, waarom deze ronde waar geen kerk te vinden valt. Hoezo een rondje om de kerk…?! Planmatig ligt de route vast, plichtmatig stopt hij ook al staat er niemand te schuilen. Alsof het dorp uitgestorven is.

Straks eet de chauffeur een boterham, tenminste, indien de tijd dit toelaat. Dan eet hij onderweg terwijl hij een slinger aan het stuurwiel geeft en de bekrachtiging het merendeel aan werk van hem overneemt. De diesel maakt een dorps geluid. Ook deze fluistert in het groen wat nu nog te raden valt. Tussen het wit verschijnt een graspol. En even later een verdwaalde fiets. Van de fietser is geen spoor te ontdekken. Park & ride is dan de omgekeerde wereld.

Heel bijzonder om door deze wereld te bewegen.

Omdat het allemaal zo vanzelfsprekend lijkt.

Omdat het een grote mate van voorspelbaarheid in zich bergt.

Omdat ik mij in die wereld begeef. En kijk. En vergelijk.

Omdat mijn wereld zo veranderd is. Ik loop. En train alleen…  Laat ik me toch weer verleiden. Omdat die wonderbox zich in mijn zak bevindt. En een gedachte in mij aan de rol gaat. Omdat ik beelden zie. Feitelijke beelden.

En probeer ook deze weer te vangen. Vast te leggen. Voor nu. Voor straks en mogelijk voor later…

Nu is het later. En heb ik weer het een en ander vastgelegd.

En sta ik met stomme verwondering te kijken. Naar wat ik zag.

Of dacht te zien. Die bus. De geur van diesel. Het zachte zoemen van de banden. Maar een band die knaspert en dit woord dat ik wel schrijf maar die andere toverdoos niet kent. Omdat deze slechts de eenvoudige uitvoerder is van wat zich gisteren voordeed.

Typiste. (g.achterberg)

Morgen. De stad ontstaat.

Ik loop in haar geboorte

met zoete ruggegraat.

Een doffe perzikhuid

van jonge ochtendvochten

ligt op het asfalt uit.

De schoenen aan mijn voeten

geven een kusgeluid.

De tram, mijn gele bruidegom,

houdt voor mijn kleine voeten stil

en ik beklim het voorbalkon.

De conducteur kijkt achterom.

De directeur, de handelsman

zijn ook van gisteren weerom.

Een paar kruimels beschuit

veeg ik nog van mijn lippen,

die ik naar voren tuit.

Er zinken roze stippen

tussen mijn ogen en de ruit.

De schrijfmachine staat al klaar.

Kleine piano van mijn ziel,

waarop ik tik wat hem geviel

mij te bevelen, sterk en zwaar.

Een mooi erotisch gedicht.

Een stukken helend gedicht. Haaks staand op wat ik ooit schreef. In een andere tijd. Met andere stukken. Alsof een schaakspel zich enigszins weet te herhelen. Alsof het raadsel van de 64 vlakken zich laat uittellen. En zelfs dat bestaat… Al bestaat het feitelijk niet!

LEVENSLANG

De schone schijn

wordt levenslang

in tact gehouden

voor

de buitenwereld

is

het levensecht

van binnen was

hun wereld reeds

lang

geleden geslecht.

Zo zie je maar weer! Tot een volgende keer!

En de plaatjes van vandaag? Te koop: museum op een haar na klaar. Inlichtingen: Dirk Scheringa, Opmeer.

  • Print
  • email
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • Digg
  • Twitter
  • Hyves
  • Blogplay